Het ss Flora van de KNSM vertrok 4 juni 1942 van een Noord Amerikaanse haven
naar de Caraibische zee.
De door de Engelse Admiraliteit voorgeschreven koersen werden stipt opgevolgd.
In de namiddag van 13 Juni werden 2 reddingsboten opgepikt met schipbreukelingen
welke van 3 verloren gegane schepen bleken te zijn. Deze mensen hadden reeds 4 dagen in de boten gezeten.
Met het oog op de toestand waarin deze mensen verkeerden, alsmede door gebrek aan water,
werd besloten Cristobal aan te lopen, waar de Flora 14 juni aankwam en de schipbreukelingen werden geland.
De volgende dag werd wederom zee gekozen.
Op 17 juni werd door de kanonnier mededeling gedaan, dat deze een flauw licht had gezien.
Plotseling werd een schot gehoord, welke aan BB-zijde insloeg, onmiddellijk gevolgd
door meerdere treffers waardoor de BB-reddingboot zwaar beschadigd werd, terwijl
op verschillende plaatsen op het schip brand uitbrak.
De SB-reddingboot werd met passagiers en bemanning te water gelaten en op ongeveer 300
meter afstand van het schip werd verder afgewacht.
Een onderzeeer praaide de reddingboot en vroeg enige inlichtingen, waarnaar deze weer verdween.
Hierna werd de plaats des onheils afgezocht en werd de zwaar gehavende reddingboot met enige
inzittende waargenomen, die werden overgenomen. Hierna werd koers gesteld naar de wal.
In de morgen van 18 juni werd La Pajaro (Colombia) bereikt.
Met 2 Gouvernementsboten en de SB-sloep werd de reis naar Riohacha voortgezet.
Bij het eerste schot werd 3 e machinist P F van Voort-huisen ernstig gewond, hij overleed te La Pajaro