Het ss Triton van de KNSM vertrok 28 Mei 1942 van Port of Spain naar New York.
De instructies verstrekt door de Britse Marine Autoriteiten werden stipt opgevolgd.
Op 1 Juni d.o.v. werd in het oosten een lichtkogel waargenomen onmiddelijk 
gevolgd door kanonvuur.
De koers werd 180 graden gewijzigd teneinde te trachten de onderzeeer te ontlopen
hetgeen niet mocht gelukken daar het schip reeds treffers kreeg.
Na 20 min werden de motoren gestopt en werd besloten het schip te verlaten.
De reddingsboot aan BB-zijde was door een treffer geheel vernield.
De andere 3 sloepen werden te water gelaten. De onderzeeer bleef doorvuren.
Nadat het schip gezonken was kwam de duikboot aan de oppervlakte en stelde vragen.
Aan de bemanning werd toegestaan te gaan zoeken naar drenkelingen.
De koersen en afstanden naar Bermuda en Puerto Rico werden door de commandant 
van de duikboot opgegeven.
Nog lange tijd werd rondgeroeid doch drenkelingen werden niet meer aangetroffen.
Het lijk van 1e stuurman J.P.J. Lendorf werd bij een vernield vlot aangetroffen.
De tocht naar Puerto Rico werd daarna aangevangen. De gewonden werden verzorgt.
Hierbij bleek dat 2e machinist J de Graaf reeds was overleden.
Het lijk werd overboord gezet. De 5e Juni werden de schipbreukelingen opgemerkt
door het ss Mormack Port die de bemanning aan boord nam en de 9e Juni te New York
aan wal zette.  Vermist werden : 
J da Silva      Matroos
M Elmont        Matroos
N J v Eijk      Tremmer
D v Leeuwerden  Kanonnier