In Nederlandse Koopvaardijschepen in beeld worden aan de hand van het mooiste fotomateriaal 
de schepen die vanaf 1945 deel uitmaakten van de vloten van de Nederlandse rederijen voor het voetlicht gebracht. De vaak nostalgische beelden, voorzien van een toelichting, worden voorafgegaan door een korte beschrijving van de rederijen, waarvan de schepen in het boekje worden getoond.

De gebonden boekjes ( formaat 21,5 x 24), samengesteld door maritiem auteur Dick Gorter,
omvatten 120 pagina's met circa 114 foto's en zijn verschenen bij Uitgeverij De Alk en kosten € 19,90.

Dit eerste deel – Wilde vaart - is gewijd aan de rederijen die voor de Tweede Wereldoorlog 
als trampvaartrederij zijn opgericht en na 1945 nog in de wilde vaart actief waren. 
Een belangrijk deel van de Nederlandse trampvloot ging tijdens de oorlog verloren en een aantal rederijen 
ging daarna de activiteiten verleggen naar de (korte) lijnvaart of tankvaart. 
Andere bleven investeren in vrachtschepen voor het vervoer van gestorte en neo-bulk lading. 
In de vijftiger jaren werd de rol van het conventionele trampschip voor het vervoer van massaproducten 
geleidelijk overgenomen door de bulkcarrier. In beeld komen onder meer de naoorlogse trampschepen van 
Vinke & Co, Phs van Ommeren, Wm H. Müller & Co, Hudig & Veder, Erhardt & Dekkers, 
Stoomvaart Maatschappij “Millingen”, Scheepvaart- & Steenkolen Maatschappij, Gebr. van Uden, 
Van Nievelt, Goudriaan en Halcyon Lijn. 
                           
=============================================================================================================

 

Dit tweede deel - Lijnvaart - is gewijd aan de Amsterdamse rederijen waarvan de 
lijnvaartactiviteiten vooral op en in Noord- en Zuid-Amerika waren gericht, zijnde de 
Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij, N.V. tot voortzetting van de Koninklijke Hollandsche Lloyd, 
Stoomvaart Maatschappij “Oostzee”, Stoomboot-Maatschappij “Hillegersberg” en de tot 1947 in 
Amsterdam gevestigde Scheepvaart Maatschappij “Suriname”. 
Voor de volledigheid is ook de Bermuda Container Line opgenomen, als voortzetting van de voormalige 
Vinke-dienst en sinds 1980 eigendom van locale ondernemers. 
De schepen varen echter onder Nederlands Antilliaanse vlag. 
                                       
==================================================================================================================
Deel 3 is gewijd aan de Passagiersvaart. Na een aarzelend begin ontplooide de passagiersvaart onder 
Nederlandse vlag zich pas echt in de eerste decennia van de twintigste eeuw,
vooral onder invloed van de emigratiegolf naar de ‘Nieuwe Wereld’.
De rederijen met diensten naar Noord- en Zuid-Amerika, Nederlands Indië en Zuid-Afrika hadden meerdere,
soms zeer luxueuze passagierschepen in dienst. Kort na 1960 kwam door de concurrentie van de
burgerluchtvaart een einde aan het intercontinentaal passagiersvervoer per schip.
In 1974 werden de laatste Nederlandse lijnpassagiersschepen verkocht en verdween ook geleidelijk
de passagiersaccommodatie op de vrachtschepen. Als enige schakelde de Holland-Amerika Lijn over
op de cruisevaart en werd, vooral na de overname door Carnival, een van de grootste spelers in de markt.
In het boekje komen de vracht-/passagiersschepen in beeld van de Holland Amerika Lijn, Holland America Line (Carnival), Oranje Lijn, Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij, Van Nievelt, Goudriaan & Co, Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’, (Koninklijke) Rotterdamsche Lloyd, Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij ‘Oceaan’, Koninklijke Paketvaart-Maatschappij, Java-China-Japan Lijn/(Koninklijke) Java-China Paketvaart Lijnen,
Vereenigde Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij, Hollandsche Stoomboot Maatschappij
en Staat der Nederlanden/Scheepvaart Maatschappij ‘Trans-Oceaan’. ==================================================================================================================
Deel 4 - Tankvaart - omvat de GHV-tankers van de Koninklijke/Shell groep en van Nederlandse rederijen die uitsluitend in de intercontinentale ‘deep sea’ tankvaart opereerden. Tankers in de ‘short sea’ tankvaart dan wel tankers eigendom van buitenlandse reders maar varend onder Nederlandse vlag, komen in een latere uitgave in beeld.
Opgenomen zijn de tankers van Phs van Ommeren, Gebr. van Uden, ‘Thalatta’, 
Amsterdamse Olietransport Maatschappij, Amsterdamse Maritiem Transport Maatschappij, 
Van Nievelt, Goudriaan & Co, Verenigde Nederlandse Tankvaartrederij, Stoomvaart Maatschappij ‘Oostzee’, 
Nederlandse Tank- en Paketvaart Maatschappij, Nederlandse Erts-Tankersmaatschappij, 
Nationale Tankvaart Maatschappij, Tanker Handel Maatschappij ‘Tahama’, 
Nederlandse Vracht- en Tankvaart Maatschappij, Produkten Tanker Maatschappij, Erhardt & Dekkers, 
Koninklijke Rotterdamsche Lloyd/Stoomvaart Maatschappij ‘Rotterdam’, Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’, 
Scheepvaartmaatschappij ‘Volharding’, Nederlands-Franse Scheepvaart Maatschappij, 
Holland Bulk Transport en Vroon.
 

=================================================================================================================

STANDAARDSCHEPEN 1939-1945 IN DE NEDERLANDSE EN BELGISCHE KOOPVAARDIJ (2 delen) 
Auteurs: Drs D. Gorter en G.J. de Boer Gebonden, 21 x 29 cm 328 pagina's, circa 600 foto's per deel 
Prijs: € 44,90 per deel 

Kort voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, met een uitloop van enige jaren ook daarna, 
zijn zowel door de Geallieerden - de Verenigde Staten van Amerika, Groot-Brittannië, Canada en zelfs Australië - 
als door de Asmogendheden - Duitsland, de bezette landen inbegrepen, Italië en Japan - duizenden gestandaardiseerde 
schepen in verschillende series gebouwd, met als belangrijkste doel hun koopvaardijvloten ondanks de enorme 
verliezen op peil te houden en uit te breiden.  
Achteraf is gebleken dat deze massale scheepsbouw voor het verloop van de oorlog van doorslaggevende 
betekenis is geweest. Verreweg de grootste categorie was die van het Amerikaanse Liberty-type, waarvan er 
maar liefst 2710 zijn afgeleverd. In Standaardschepen 1939-1945 (2 delen) wordt voor het eerst een compleet 
overzicht gegeven van alle gebouwde typen, geïllustreerd met vele, vaak niet eerder gepubliceerde, 
foto's en tekeningen waarmee een imponerende episode uit de scheepvaartgeschiedenis in beeld is gebracht. 
In deel 1 wordt uitgebreid stilgestaan bij de ontwikkeling en de bouw van alle typen standaardschepen en de rol 
die zij hebben gespeeld. Van deze, voor de wederopbouw van de zwaar gedecimeerde koopvaardijvloten uitermate 
belangrijke schepen, hebben er vele voor Nederlandse en Belgische rederijen gevaren.  
In deel 2 worden uitvoerig alle zeegaande standaardschepen behandeld die ooit onder Nederlandse en Belgische, 
dan wel buitenlandse vlaggen in eigendom of beheer van Nederlandse en Belgische reders hebben gevaren .

   

VERSCHENEN:

NEDERLANDSE KOOPVAARDIJSCHEPEN IN BEELD delen 5 en 6

In de serie fotoboekjes van Uitgeverij De Alk over de naoorlogse Nederlandse koopvaardij verschenen
tot dusverre vier delen en wel over Wilde vaart, Lijnvaart, Passagiersvaart en Tankvaart.
Zojuist zijn de delen 5 en 6 uitgebracht en zullen binnenkort in de winkel liggen.

Deel 5 is gewijd aan de Kleine Handelsvaart. De termen ‘Kustvaart’ en ‘Kleine Handelsvaart’ (KHV)
zijn in de loop der jaren achterhaalde begrippen geworden.
Door de geleidelijke verruiming van de grens tussen KHV en GHV (Grote Handelsvaart),
zijn de schepen zo groot geworden dat het vaargebied van de voormalige met ‘kustvaarder’
aangeduide schepen zich thans meer dan voorheen uitstrekt over alle wereldzeeën.
De provincie Groningen heeft altijd een leidende rol in zowel de kustvaart als de scheepsbouw gespeeld.
Vooral door de ontginning van de veenkoloniën en de daaruit ontstane transportbehoeften,
ontstonden daar honderden redersfamilies en zeer vele scheepsbouw- en reparatiewerven.
In het eerste deel over de Kleine Handelsvaart worden dan ook de schepen van vier vooraanstaande kustvaartbedrijven
en -families uit onze noordelijkste provincie in beeld gebracht, Wijnne & Barends, Pot, Damhof en Davids.

Deel 6
In dit tweede deel gewijd aan de Lijnvaart worden de drie rederijen belicht die werden opgericht om het vervoer 
van en naar Nederlands Oost-Indië ter hand te gaan nemen, de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’, (Koninklijke) 
Rotterdamsche Lloyd en Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij ‘Oceaan’. 
Naderhand werd hun vaargebied uitgebreid - 
onder meer met diensten tussen de Verenigde Staten en Indië - maar in 1960 moest dat ingrijpend worden aangepast 
door de verslechterde relatie tussen Nederland en haar voormalig gebiedsdeel. In 1970 gingen SMN en KRL, 
samen met andere Nederlandse rederijen, op in de Nederlandsche Scheepvaart Unie, in 1977 vernaamd in 
Koninklijke Nedlloyd Groep. De scheepvaartdivisie van dit transportconcern fuseerde in 1997 met 
P&O Containers tot P&O Nedlloyd Container Line, die in 2005 vervolgens werd overgenomen door A.P. Moller-Maersk. 
De ‘blauwpijpers’ van ‘Oceaan’ verdwenen al in 1978 uit de Nederlandse vloot.

ZOJUIST   VERSCHENEN: 
NEDERLANDSE KOOPVAARDIJSCHEPEN IN   BEELD delen 7 en 8 
In de serie fotoboekjes van Uitgeverij De Alk over de naoorlogse Nederlandse koopvaardij verschenen tot dusverre zes delen en wel over
Wilde vaart,   Lijnvaart (2), Passagiersvaart, Tankvaart en Kleine Handelsvaart.
Zojuist zijn   de delen 7 en 8 uitgebracht en zullen binnenkort in de winkel   liggen.

boek KLIK OP DE FOTO VOOR VERGROTING
Deel 7 is het eerste van twee geplande   uitgaven over de Koelvaart.
In de internationale koel-/ vriesvaart heeft Nederland lange tijd een relatief bescheiden rol gespeeld,
gezien de prominente plaats die gespecialiseerde rederijen in bijvoorbeeld
Duitsland, Frankrijk en de Scandinavische landen altijd hebben ingenomen.
Pas in de tachtiger jaren trad daarin verandering op vooral doordat het Scheepvaartkantoor ‘Groningen’ - sinds 1973 Seatrade Groningen –
een grote vloot opbouwde, mede door schepen van andere, ook buitenlandse, reders in management te nemen.
De belangrijkste Nederlandse rederijen met koelschepen waren - naast Seatrade - Anthony Veder, Pinkster, Dammers & Van der Heide, Vroon en Jaczon.
Ook enkele buitenlandse ondernemingen brachten meerdere schepen onder Nederlandse en Nederlands Antilliaanse vlag,
zoals de Caraïbische Scheepvaart Maatschappij (United Fruit), Primlaks en de Italiaanse GF Group.
In dit boekje komen de reders en rederijen in beeld die vanaf 1945 koelschepen in hun vloot hebben gehad,
met uitzondering van Dammers & Van der Heide en Seatrade. 
Aan deze grote rederijen, die in 1989 samensmolten,  zal te zijner tijd een speciale uitgave worden gewijd.
boek1 KLIK OP DE FOTO VOOR VERGROTING
Deel 8 is het tweede dat is gewijd aan de Kleine Handelsvaart, en wel aan drie Friese rederijen.
Na de Tweede Wereldoorlog en met name ook in de laatste decennia is een aantal Friese redersfamilies zich sterk gaan ontwikkelen.
Veruit de grootste werd het Scheepvaartkantoor Holwerda dat vooral in de periode 1970-1986 fors expandeerde.
Dat gebeurde deels in samenwerking met de Harlinger ondernemersfamilie Van der Schoot, die vanaf 1956 een vloot opbouwde
waarvan 28 schepen deel hebben uitgemaakt, naast nog zeven schepen in gezamenlijk eigendom met Holwerda.
Ook de familie De Jong van de Suikerwerkenfabriek ‘Frisia’ participeerde in enkele van hun schepen.
Het oudste Harlinger scheepvaartbedrijf, C. Kuhlman Jzn, begon medio vijftiger jaren een aantal coasters aan te schaffen,
waarbij dezelfde familie De Jong ook een grote rol speelde.
Voor 2010 staan op het programma de delen 9 - Lijnvaart (3) en 10 - Wilde vaart (2).
Lijnvaart (3) wordt het eerste deel dat is gewijd aan de korte lijnvaart,
met de naoorlogse schepen van KNSM, KNSM-Kroonburgh, Hudig & Veder, Wm H. Müller & Co., P.A. van Es & Co.,
Havreboot en de Stoomvaart Maatschappij ‘Zeeland’. 
In Wilde   vaart (2) komen de na de Tweede Wereldoorlog in de algemene vrachtvaart begonnen rederijen in beeld,
zoals Reederij ‘Amsterdam’, HBT/Nedlloyd Bulk, Vroon, Joon, RKC, Invotra, KPM en vele andere.

lijn3

ZOJUIST VERSCHENEN:

NEDERLANDSE KOOPVAARDIJSCHEPEN IN BEELD delen 9 en 10

In de serie fotoboekjes van Uitgeverij De Alk over de naoorlogse Nederlandse koopvaardij verschenen tot dusverre acht delen en wel over Wilde vaart,
Lijnvaart (2), Passagiersvaart, Tankvaart, Koelvaart en Kleine Handelsvaart (2).
Zojuist zijn de delen 9 en 10 uitgebracht en zullen binnenkort in de winkel liggen.

Deel 9 Lijnvaart (3)
In dit deel worden schepen uit de Korte Lijnvaart in beeld gebracht.
Vanuit diverse Nederlandse havens hebben in de loop der jaren vele grote en kleine rederijen diensten onderhouden op havens in Groot-Brittannië en Ierland,
Noord-Europa, IJsland, de westkust van Frankrijk, het Iberische schiereiland, Marokko en het Middellandse Zee gebied.
De grootste spelers in deze zogenaamde ‘korte lijnvaart’ waren na de oorlog de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij,
Van Nievelt, Goudriaan & Co., Hollandsche Stoomboot Maatschappij en Wm.H. Müller & Co., rederijen die ook belangen hadden in de intercontinentale lijnvaart.
Geleidelijk werden de korte lijnen naar Groot-Brittannië en Noord-Europa nagenoeg geheel overgenomen door ferrydiensten,
die inmiddels eigendom zijn van grote buitenlandse concerns. In dit eerste deel gewijd aan de Korte Lijnvaart komen
zes van de in de negentiende eeuw gestarte rederijen aan bod die ook na de Tweede Wereldoorlog in de conventionele korte lijnvaart actief waren,
P.A. van Es & Co., KNSM, Hudig & Veder, Havreboot, Stoomvaart Maatschappij Zeeland en Wm. H. Müller & Co.
Aangezien Müller (Batavier) in 1970 werd overgenomen door de KNSM en werd voortgezet als Scheepvaartbedrijf Kroonburgh (naderhand KNSM-Kroonburgh),
zijn ook de na die overname nog aangeschafte schepen opgenomen.

wildevaart2

Deel 10 Wilde vaart (2)
In het eerste deel van Wilde vaart (NKB deel 1) zijn de schepen van de voor de Tweede Wereldoorlog opgerichte trampvaartrederijen opgenomen.
Buiten enkele kleine rederijen, onder meer behorend tot handelmaatschappijen in de energie-branche, die één of enkele schepen aanschaften,
waren het vooral de grote lijnvaartreders die vanuit belangenspreiding na de oorlog een wilde vaartdochter opzetten.
Zowel SMN, KRL als KPM hebben in de wilde vaart geparticipeerd en hun belangen werden in 1970 samengevoegd in Holland Bulk Transport.
Een grote speler werd de Breskense reder Vroon, die op basis van het succes in de kustvaart en vervoer van levend vee, een grote,
internationaal opererende rederij wist te ontwikkelen met belangen in onder meer tank-, koel/vries- en containervaart.
In dit deel van ‘Nederlandse koopvaardijschepen in beeld’ zijn de trampschepen opgenomen van de na de
Tweede Wereldoorlog in de algemene vrachtvaart gestarte Nederlandse rederijen die één of enkele schepen groter dan 500 brt in hun vloot hebben gehad,
zoals - naast bovengenoemde - Montaan, Anker Kolen, RKC, Voigt, Joon, Reederij ‘Amsterdam’, Triton, William Pont,
Buisman, Holscher, Kahn, Invotra, Lijnzaad, James Smith e.v.a.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Deel 11 Kleine Handelsvaart (3)
In de delen 5 en 7 van ‘Nederlandse koopvaardijschepen in beeld’ werd aandacht besteed aan een aantal grotere reders(families)
uit de Groninger en Friese scheepvaart. Dit deel, het tweede dat aan uit de provincie Groningen afkomstige ondernemers is gewijd,
brengt opnieuw de naoorlogse schepen van enkele bekende families voor het voetlicht.
Het grootste deel van het boekje is gewijd aan de familie Beck en de oprichters/eigenaren van het Scheepvaartkantoor Groningen, Schuur en Tammes.
Heden ten dage zijn hun namen niet meer persoonlijk verbonden met nog varende schepen,
hoewel het door leden van de families Schuur en Tammes opgerichte scheepvaartbedrijf, thans onder de naam Seatrade,
wereldmarktleider in de koel-/vriesvaart is. De koelschepen van Seatrade zullen in een toekomstige uitgave in beeld worden gebracht.
Ook twee namen uit de Delfzijlster scheepvaart, De Boer en Engelsman, waren verbonden met de turfvaart en later de kustvaart.
Hun naoorlogse coasters zijn eveneens opgenomen.

Deel11

Deel 12 VNS
Centraal in deze speciale uitgave, gewijd aan de lijnvaart vanuit Europa naar Afrika, Australië en Azië staat de
Vereenigde Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij,
in april 1920 ontstaan als een uniek samenwerkingsverband van de acht grootste Nederlandse rederijen.
Mede door het uitgestrekte vaargebied en de snelle ontwikkeling van vele landen, zoals die aan de Perzische Golf,
groeide de VNS uit tot een rederij met (in 1960) meer dan 70 grote vracht- en vracht-/passagiersschepen in exploitatie,
waarvan 45 in eigendom. Daarmee behoorde zij tot de grootste Europese lijnscheepvaartbedrijven.
Evenals de KNSM heeft de VNS in de loop der jaren veel Nederlandse schepen in timecharter gehad, met name van haar aandeelhouders,
die in de periode 1949-1970 schepen op Participatiebasis, meestal voor langere tijd, ter beschikking stelden.
Van een groot aantal is in dit boekje een foto met VNS-schoorsteenkleuren opgenomen.
De schepen van de Holland West-Afrika Lijn, een samenwerkingsverband van VNS en Hollandsche Stoomboot Maatschappij
(vanaf 1964 Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’) komen in beeld in een toekomstige uitgave in deze serie.

VNS