Bananen.

      In Porte Cartes, een klein stadje ergens aan de Zuid Amerikaanse Oostkust,
moesten wij armen en benen hout laden. Armen en   benen hout was niet de originele naam, maar omdat door de
grillige vormen van   het hout, bij het stuwen veel armen en benen geblesseerd en soms zelf gebroken 
werden had het van de zeelui deze naam gekregen. 
Het verschilde van kleur en werd als basis voor kleurstoffen gebruikt in de verf industrie. 
Dicht bij ons lag een fruitjager bananen te laden, in de zijkant waren grote deuren geopend, daardoor werd met een
lopende band stammen bananen het schip ingebracht. De bananen werden met spoorwagons aangevoerd, bij de lossing 
van de wagons stonden controleurs om te kijken of de bananen stammen niet beschadigd waren. 
Daarna   vonden gedurende het transport naar het begin van de lopende band nog minstens drie controles plaats, 
als er één banaan in de stam niet goed werd bevonden werd de hele stam afgekeurd. 
Hier opende zich een mogelijkheid om, in een ongekende hoeveelheid, onze rantsoenen aan te vullen. 
Er werden tot onze grote vreugde veel bananenstammen afgekeurd. 
Een stam bananen woog zeker een vijftig kilo misschien wel meer, wij hadden er een beste klus aan om de afgekeurde, 
in onze ogen beste, bananen aan boord te   sjouwen. Boven het achterdek, kon bij ons aan boord, een zonnetent 
worden gemaakt, aan deze constructie werden de bananen opgehangen. 
Wij werden gewaarschuwd voor gifslangen en -spinnen die in de bananenstammen verborgen konden zijn. 
Het was streng verboden om de stammen ergens anders dan aan dek te bewaren en in geen geval de stammen mee te nemen
naar onze verblijven.
Bananen worden groen vervoerd, ze zijn dan niet te eten en moeten eerst rijpen. 
Het achterdek leek wel een oerwoud, een groene schutting van bananen omhulde het hele achterdek. 
Iedere opvarende had minstens één stam, de matrozen hadden er meer. Zij zaten het dichts bij het gebeuren en
waren er als de kippen bij als er weer een stam werd afgekeurd. Na vertrek, de eerste dag weer op zee, werd hoopvol
maar vergeefs uitgekeken of er al rijpe bananen in de groene muur zaten.
Pas na drie dagen begon door de op de bananen brandende zon, hier en daar een vleugje geel te komen.
Wij konden niet wachten, de eerste, half gele bananen, werden geoogst en wat het ergste was, gegeten. 
De groene bananen werkten zeer laxerend. Vanaf dat moment   werden de bananen in een veel te snel tempo rijp.
Ze werden in de pap,op brood,op wacht,in de kooi,tussendoor,kortom constant gegeten, de gevolgen lieten zich raden.
Het was een komisch gezicht om een matroos naar uitkijk te zien lopen met een tros bananen in zijn hand,
midscheeps zijn hand opstekend naar een stoker die met een tros bananen in zijn hand naar de stookplaats ging,
terwijl de roerganger de trappen opklom naar de brug, met de inmiddels vertrouwde tros bananen in zijn hand. 
De niet liefhebbers ontkwamen ook niet aan de bananen overvloed, al was het maar van de overal aanwezige lucht. 
Gelukkig hadden we een grote afvalbak, de schillen konden we overboord gooien, zodat er geen spreekwoordelijke
glijpartijen plaats vonden. Wij konden door een ander schip zonder moeite, zoals in het sprookje Hans en Grietje, 
worden gevolgd. In onze kielzog ontstond een gele streep van bananen schillen, dat ging dag en nacht door. 
Ruim een week heeft de bananen overvloed geduurd daarna werd de oogst aan eetbare bananen minder, ze werden overrijp.
Een paar man hielden nog vol, zij waren liefhebber van goedgespikkelde bananen, maar het was uitstel. 
Met weemoed hebben we de rest van de bruin geworden bananen los moeten snijden en overboord gegooid.
De gele streep die wij dagen lang over de oceaan hadden getrokken eindigde in een grote bruine punt. 
Na een dag of twee waren de naweeën verdwenen en de lucht gezuiverd. 
We hadden weliswaar niet in een land overvloeiend van melk en honing geleefd, 
maar we hadden toch een rijke, overvloedige tijd gehad.
 Dick.