Vreemde dingen

Bertus was werkzaam in de zuivelhandel, hij runde een melkwinkeltje
op Kattenburg. Daarmee zou hij, normaal gesproken, een karig bestaan
hebben gehad. Bertus was echter een ondernemend man en had een goudmijn
aangeboord. Praktisch bij Bertus voor de deur, vertrokken de schepen
in wekelijkse lijndiensten. De bemanningen van deze schepen, die in
verhalen altijd worden beschuldigd van het nuttigen van grote hoeveelheden
alcohol, bleken de melkproducten, waar Bertus zijn handeltje in had,
te lusten en wel met het fanatisme van de spreekwoordelijke kat.
Bertus wist de vertrektijden van de schepen beter dan wie ook.
Een half uurtje voor vertrek verscheen hij met zijn producten bij het
schip en de levering aan de bemanning kon beginnen.
Het is bekend dat mannen anders boodschappen doen dan vrouwen.
Het zuinige boodschappen doen, dat de hele dag in zijn winkeltje had
plaatsgevonden was voorbij. Liters melk, karnemelk, chocomel, room,
zelfs roomboter en oude kaas werd door de bemanningsleden ingeslagen
en op een zo koel mogelijke plaats opgeborgen. Bertus had werkelijk 
een goudmijn aangeboord, nergens ter Wereld was er zo’n klein winkeltje,
met zo’n grote omzet in zuivelproducten.
De tijd dat het gebruik van teveel melkproducten, als ongezond wordt
omschreven, was nog niet aangebroken integendeel.
Er werd reclame voor gemaakt, een jongetje, Joris drie Pinter,
gaf op T V en radio het advies aan zijn leeftijdgenoten, om driekwart
liter melk per dag te drinken.
Je werd dan M brigadier en je mocht dan de sticker M op je jas plakken.
Na vertrek genoot de kapitein in het stuurhuis van een glas heerlijke
frisse melk en merkte tegen de stuurman,’stuur ik mag de M dragen,
ik word melk brigadier, waarop de stuurman antwoordde ‘een B voor B
brigadier zal beter uitkomen’ de kapitein begreep hem niet, de stuurman
maakte het hem duidelijk ‘de B voor bier en Bols kapitein.’
Een loods beklaagde zich in de volgende bewoordingen.
”Vroeger kon je nog wel eens een straffe jonge borrel krijgen van Bols,
tegenwoordig is er alleen nog maar jonge melk van Rotator,
we leven in een waardeloze tijd”

Kapitein Oks had de eeuwige zomer in zijn hoofd, altijd en overal zette
hij de ramen van het stuurhuis open.
Verstrooid was hij ook, het was een echte “Ouwe.”
De rest van de mensen, die hun werkzaamheden in het stuurhuis deden,
waren zacht gezegd niet gelukkig met zijn frisse lucht liefde.

Zodra de kapitein de brug verliet werden de ramen gesloten en werd het
behaaglijk in het stuurhuis.

Het schip had een loods aan boord genomen en de loods had een krant
aan de kapitein gegeven.
De kapitein vertrok naar zijn hut om de krant te lezen.
Onmiddellijk werden door de loods en de stuurman, aan de lederen riemen,
de ramen dicht getrokken.

Zij stonden nog na te genieten van het werk hunner handen,
toen de kapitein weer op de brug verscheen, hij zocht zijn bril.
Zoekend liep de kapitein langs de voorkant brug, om onder de ramen
op een soort vensterbank, zijn bril te zoeken.
Met de vermiste bril boven op zijn hoofd, boog hij zich voorover in de
veronderstelling dat het raam nog open stond,
hij had onmiddellijk zijn bril gevonden.
De bril kwam, met een misselijk makende klap, knijp tussen zijn hoofd
en het gesloten raam. De bril had bij de klap zoveel schaden opgelopen
dat hij de hele reis geen dienst meer heeft gedaan. Wrijvend over zijn
hoofd en de beschadigde bril bekijkend vroeg hij woedend welke idioot
de ramen gesloten had, wisten ze niet dat de ramen beweegbaar waren
gemaakt om ze open te zetten. Aan het andere, even zwaar wegende argument,
dat ze beweegbaar waren gemaakt om ze te kunnen sluiten,
ging hij gemakshalve voorbij. De loods, overwegend dat de stuurman met
de kapitein verder moest terwijl hij over een half uurtje van boord was,
nam de schuld op zich. Onmiddellijk bond de kapitein in, hij was
afhankelijk van de loods voor zijn krantje bij aankomst en vertrek.
In zichzelf mopperend is hij zijn reserve bril gaan zoeken,
de ramen bleven gesloten.

Dick.