Radio’s die waren voorzien van de technische mogelijkheden en
daarbij een omvang hadden zodat ze mee op reis konden worden genomen
bestonden wel, maar ze waren erg duur.
Daardoor waren zij voor een onderbetaalde zeeman een utopie.
Een andere moeilijkheid was, dat we op de oude schepen 110 volt
gelijkstroom hadden, op modernere schepen was 220 volt soms
gelijkstroom op andere weer wisselstroom. Er zaten een hoop haken
en ogen aan om een passende, bruikbare korte golf radio te kopen.
Ook de behuizing werkte niet mee om een radio te hebben,
er lag altijd wel iemand van een vrije wacht te slapen.
Door al deze omstandigheden bleven wij lange tijd verstoken van muziek.

Na een reis naar Zuid Amerika moesten wij een Franse haven aan doen
om een gedeelte van de lading te lossen. Na de Zuid Amerikaanse muziek,
de tango, passedoble, cucaratja’s en weet ik veel wat voor andere
Zuid Amerikaanse klanken, was het goed om weer eens wat geciviliseerde
muziek te horen. De Zuid Amerikaans muziek is leuk voor een paar uur
en als er een feestje wordt gevierd kan het er ook mee door,
maar maanden achter elkaar zonder andere klanken was een beetje
teveel van het goede. Langzaam, de loods was nog niet aan boord,
voeren we de monding van de rivier op naar het loodsstation.
De matrozen waren de trossen klaar aan het leggen, de voorwacht voor,
en een man of vier en ik achter. Van ver over het water kwamen
aangename klanken aangewaaid. Volgens één van de matrozen was dat een
voorbeeld van echte Franse musettemuziek, hij vond dat het was of er
een engeltje in je oor fluisterde. Hij vertelde dat ze hem midden in de
nacht konden porren voor een goed stuk Franse musettemuziek.

Hij was namelijk groot kenner en liefhebber van deze vorm van muziek
en had er, volgens zijn zeggen, een studie van gemaakt.
Als je dat echt bestudeerde, wist hij te vertellen, moest je een tijdje
als clochard hebben geleefd en onder de bruggen over de Seine in Parijs
hebben geslapen, het was namelijk een vorm van cultuur, uitsluitend
daarna kon je van de hoog gewaardeerde musettemuziek genieten.
Er moet gezegd worden, dat de klanken de rest van de daar aanwezigen,
ook goed in de oren klonk. We hadden tenslotte ruim twee weken,
gedurende de tijd dat we de Oceaan overstaken, helemaal geen muziek gehoord.

Tegenwoordig zou dat een weelde zijn, toen was het nog een gemis.
De loods kwam aan boord en we voeren nu sneller de rivier verder op.

De aangename muziek begon vormen aan te nemen die niet meer zo lekker
in het gehoor lagen en de musette muziek kenner sprak ook niet meer
lyrisch over de muziek.

Er werd bedenkelijk vooruit gekeken, waar de bron van de onheuse
klanken zich moest bevinden. We konden van de muziek maker niets ontdekken,
deze was recht vooruit en aan onze blik onttrokken.
Toen we de muziekmaker eindelijk passeerden was de teleurstelling groot.
Het was een piepende, rammelende en stinkende baggermolen.
De opvarenden van de baggermolen moeten zich hebben afgevraagd,
waarom die Hollanders zo’n lol hadden als ze gewoon een baggermolen passeerden.
De musette muziek kenner moest daarna, als ergens onwelluidende klanken
vandaan kwamen, nog vaak horen. “Mij kunnen ze er voor porren,
of er een engeltje in je oor fluistert, echte Franse musette muziek”

Dick.