Gooi maar even een sloep te water stuur.

Deze opmerking had grote gevolgen.
Om de situatie goed te begrijpen, we lagen met een geheel lege
super tanker, in de roet dikke mist, voor anker bij Hoek van Holland.
We lagen zo gezegd op stootgarens, om bij een beetje zicht naar de
werf van Verolme op te stomen. Het beproeven van de sloepen gebeurde
meestal voor de wal, op zee is daar meestal door de vele andere proeven,
geen tijd voor. Nu echter lagen we werkeloos te wachten en zelfs op
proefvaarten is ledigheid, speciaal voor de dekdienst, des duivels oorkussen.
Om het te water laten van de sloep zo realistisch mogelijk te maken,
moest zij met ballast zakken. Zoals meerdere malen omschreven een
Koperen ploeger is wel voor een geintje te porren en ik behoorde met
een stuk of wat collega's bij de vrijwilligers, om in de sloep,
als ballast afgevierd te worden. Het afvieren ging op de bandstopper
en we zakte met een gestaag gangetje,
naar het diep onder ons gelegen, zoute sop.
Ik noem dit sop omdat ik doodeenvoudig geen andere benaming weet voor
het destijds van de waterweg afkomende substantie. De bij de sloepen
aanwezige touwladders en knopentouwen, daar aanwezig om de sloep vierders
en laatkomers een weg te verschaffen naar de te water gelaten sloep,
werden gevierd om op lengte te worden gecontroleerd.
Tot hier was de operatie vlekkeloos verlopen, de sloep lag te water
de ladders en knopentouwen hadden inderdaad de vereiste, meer dan
respectabele, lengte. Alles was piekfijn in orde, de avonturiers in de
sloep keken op tegen een muur van staal, waarvan hemels hoog de ladders
en touwen afhingen, alles hing door de ronding van het achterschip,
vrij en statig heen en weer te zwaaien. Onder de indruk van de hoogte
bespraken we de haalbaarheid, om bij een leeg schip, veilig in de te water
liggende sloep te komen.
We werden het er over eens dat je het beste het schip eerst een flink stuk
kon laten zinken, alvorens aan de afdaling te beginnen.
Schokken maakte ons duidelijk dat het ophieuwen van de sloep was begonnen,
net vrij van het water stopte de procedure en hingen we vreedzaam in een
hoorbare stilte bij het achterschip. Op enige meters afstand, achter ons,
stak de gigantische schroef blinkend, bijna niet merkbaar zachtjes draaiend
zoals bij elk turbine schip, half boven water uit.
Hoog boven ons bemerkte we enige paniek, er waren plotseling aanmerkelijk
meer mensen bij de hijs installatie aanwezig dan strikt nodig was.

Uiteindelijk was er maar één man nodig om de knop in te drukken om het
mechanisch ophieuwen van de sloep te vervolgen.
Er werden zorgelijke naar beneden kijkende hoofden zichtbaar,
we kregen het vermoeden dat niet alles liep zoals het lopen moest,
iets wat op een proefvaart niet bijzonder is.
Voor ons was het zorgelijker dat de mist zichtbaar minder werd.
Kapitein de Vries kennende en ruw weg bekend met het onkosten plaatje
van een in vol bedrijf zijnde proefvaarder, konden we niet verwachten
dat we als het zicht acceptabel werd, zoals zo mooi wordt omschreven,
'in het zicht van de haven,' ten anker bleven.
Het werd pas goed angstig toen op de brugvleugel ook zorgelijke hoofden
in onze richting gingen kijken.
Even later werd onze vrees werkelijkheid, er werd van boven gesommeerd
via de ladder naar boven te klimmen.
We keken elkaar aan en waren het snel eens. Het kunststuk om af te dalen
langs zo'n lange, vrij hangende ladder, zou op de Olympische spelen een
gouden plak opleveren, er tegenop klimmen was absoluut uitgesloten,
liever blo Jan dan do Jan. Even later moeten ze boven ook de onmogelijkheid
hebben ingezien en zo begon om met Churchil te spreken, "our finest houre."
De hijsmotor was op korte termijn niet te maken en we moesten met de hand
worden opgedraaid, nu werd niet meer zorgelijk over de railing gekeken,
er verschenen nu bezweten hoofden die na aflossing met afgrijzen het bijzonder
langzame stijgen van de sloep bekeken.
Vanaf de brug werd het veilig genoeg geacht om de reis te vervolgen en
plotseling begon de schroef vervaarlijk te meppen.
De stilte en het genoeglijk verblijf in de sloep werden wreed verstoord.
Door de meppende schroef werd het al eerder besproken sop in de sloep
gesproeid en het lawaai was oorverdovend, ons fijnste uurtje
werd wreed verstoord. Het enigste wat dat ons tegen hield om naar boven te
klimmen was het idee dat we, bij aankomst aan dek, mee moesten draaien om de
sloep thuis te halen. De bezwete hoofden boven ons werden talrijker en het
moest een bijzonder zwaar karwij zijn om de sloep met inhoud met haast
onzichtbare stukjes omhoog te draaien. Onnodig te zeggen dat we,
ondanks het ongemak, het pas op het allerlaatste moment veilig genoeg
vonden om het allerlaatste, kleinst mogelijke stukje, omhoog te klimmen.

Dick