Zeemans verhalen.       Een verhaal Dick Rietel

 

Zeemans verhalen lijken voor iemand die nooit gevaren heeft fantasties en één grote leugen.

Maar met de hand op mijn hart, ze hebben allemaal een grote kern van waarheid, hoewel soms worden

ze wat aangezet of een beetje overdreven. Deze verhalen en belevenissen worden in de vrije uren verteld

als men, na de wacht of gedane arbeid met een kop koffie, op oude schepen op luik één en later, op de modernere

schepen achterop, of in de messroom zat. Geloof me het was koffie, op zee werd alleen tussen de middag, voor het eten,

door de hofmeester twee pilsjes of twee borreltjes geschonken. Het mooiste verhaal was dat, waar een officier

het lijdend voorwerp was. Verhalen over ontbering en narigheid werden verteld op een manier dat het een lachpartij werd.

Ellende kende men genoeg, het was niet nodig om verteld te worden, er moest gelachen worden.

Tegen deze achtergrond moet men zeemans verhalen zien, met een korreltje zout maar niet helemaal onwaar.

Op een mooie zonnige dag kwam het M S Vechtstroom aan in de haven van Hull.

Er was met de haven van Hull iets bijzonders aan de hand. Bij de ingang van de sluis was in het water,

een stel palen geslagen waar vroeger een gebouw op had gestaan. Dat gebouw was volgens ingewijden, in de oorlog gebombardeerd

en afgebrand tot iets boven de waterlijn, alleen de palen stonden nog als dikken afgebrande lucifers te zwabberen op de golfslag.

Bij het indraaien van de sluis, dat gebeurde met opkomend water, wilde menig kapitein de palen als steuntje gebruiken.

Dat konden ze beter niet doen. Als een paal door wat voor oorzaak dan ook bewoog was deze, volgens de havenmeester,

door het schip gebroken en moest dus betaald worden. Ze hebben in de loop der jaren hun gewicht in goud opgebracht.

De Hollandse Stoomboot Maatschappij heeft hiervan een groot deel mee betaald.

Tot onze verwondering kwam met het volgende hoog water één van de andere H S M schepen binnen.

Normaal lag er maar één schip van de maatschappij in een buitenlandse haven. Een van de opvarende van het binnen komende

schip was een goede vriend van mij. Prompt kwam hij dan ook ‘s avonds aan boord.

Hij had grote moeilijkheden, of ik om de problemen op te lossen, maar even mee naar zijn schip wilde komen.

Vrienden zijn er om te helpen, of geholpen te worden, meestal het laatste en zo togen we naar

het ”Rail way dock” waar het schip gemeerd lag. Eerst een pilsje in zijn hut, daar lag een hieuwlijn,

(een lange lijn om de trossen mee aan de wal te halen) met er aangebonden, een van de kok geleende vleeshaak.

Nu kwam de beruchte aap uit de mouw. Hij had in Amsterdam van smokkelwaar, sigaretten, shag en vloeitjes, een lange worst

gemaakt die omwikkeld met zeilgaren om het spul bij elkaar te houden en had bovendien lussen gemaakt.

Daarna had hij de worst in de mast laten zakken. Als met de hieuwlijn met de haak eraan in één van de lussen zou worden ingepikt,

kon de worst worden opgehaald. Dit was op een grandioze mislukking uitgelopen, de haak pikte in geen enkele lus.

Na de pils zijn we in de achtermast, waar het spul moest zitten, geklommen en na de kloot van de mast te hebben gehaald zijn we gaan vissen.

Het was zijn shag dus hij moest vissen. Ik stond er als steun en raadsman bij en deelde in zijn smart,

want inmiddels was het aardig koud geworden. Ver na middernacht nam ik de hieuwlijn en ging wiebelen en draaien,

zoals hij het ook had gedaan en vond bij het ophalen tegenstand en tot onze grote vreugde kwam de worst van smokkelwaar boven.

Inplaats van dank kreeg ik alleen maar een verwijt, dat ik het wel ééns eerder had kunnen proberen.

We hadden de avond dan in het zeemanshuis, op een veel plezieriger manier doorgebracht.

In het zeemanshuis werd op veel avonden gedanst. De meisjes werden door de Dominee, Zondags in zijn parochie,

opgeroepen om op de dansavonden aanwezig te zijn, er waren altijd ruim voldoende meisjes aanwezig.

Of dat kwam, dat we door het smokkelen goed in de slappe was zaten, of dat door onze charmes zoveel meisjes aanwezig

waren zal altijd wel een raadsel blijven. Ik heb er wel een idee over maar dat vertel ik niet.

.

                                                Dick