De marconist.             Een verhaal van Dirk Rietel       

 

Op de oude schepen was boven een bepaalde grote een marconist verplicht.

Deze lieden werden door Radio Holland uitgeleend aan diverse maatschappijen.

Men heeft mij zelfs wijsgemaakt dat ook aan de K L M op deze voorwaarden marconisten werden geleverd.

Marconisten waren als regel een buitenbeentje. De meeste ook een beetje getroebleerd, er werd beweerd,

dat door het geknetter en gezoem in hun koptelefoon, het verstandelijk vermogen van een marconist hard achteruit holde.

Het is merkwaardig hoeveel ongemakken en slechte omstandigheden, door oude zeelui, aan elektriciteit en

elektronica werden toegeschreven. Hoe dan ook een marconist zonder een merkwaardige afwijkingen heb ik nog nooit meegemaakt.

Door de officieren werd een marconist sparks (vonken) genoemd, wij spraken meestal over de draad.

Hij vormde immers door de antenne een draad met het de rest van de Wereld en andere schepen.

Gedurende één van de reizen had onze marconist met een Haitiaanse schone verkering gekregen,

de man was helemaal kapot van het meisje. Doordat we een volle lading suiker moesten laden bleven wij een lange tijd in deze haven liggen.

Elke avond was het feest, het bier en vooral rum was zeer goedkoop. De meeste van ons hadden ook verkering,

maar we waren realist genoeg om te weten dat als het geld op was, de verkering automatisch eindigde.

De marconist echter liep in een roze rode waas en dacht dat er geen einde aan zou komen, hij maakte al trouw plannen en wist

precies hoe zij over moest komen naar Holland. Het onvermijdelijke gebeurde door het lange verblijf raakte het geld op.

In die tijd mochten we maar een derde van ons verdiende geld in buitenlandse valuta opnemen, dat was om de

Nederlandse economie weer op de been te helpen. Op slag was de verkering over, het eerst van de marconist, die had al

vast wat huisraad gekocht en opgeslagen om later met zijn bruid naar Holland te laten verschepen, de man was helemaal hoteldebotel.

Toen de kapitein vroeg om het radiodagboek in zijn hut te leggen om het te controleren en te ondertekenen rende hij, zonder wat te

zeggen de wal op en bleef uren lang op een meerpaal zitten.

Naar aanleiding hiervan werd het volgende gedicht gemaakt,”De marconist van groot belang zat op een meerpaal uren lang en toen

hij van de paal opstond zat er een cirkel op zijn kont.” Dat was volgens ons een realistischer strofe dan de keukenmeid op de bril van de W C.

Het lied  ”laat haar gaan Jack, zij komt niet terug no more, no more” was zeer populair. Kortom de marconist had zich in een

onmogelijke positie gemanoeuvreerd en ongelooflijk belachelijk gemaakt. De volgende dag kwam hij bij de kapitein met het verzoek

om onmiddellijke, ter plaatse, aflost te worden door een andere marconist.

Hij was er gemakshalve aan voorbij gegaan, dat een andere marconist minstens een week onderweg zou zijn,

om vanuit Holland bij onze ligplaats te komen. Aflossen was niet mogelijk, hij moest nog twee maanden de moppen en de liedjes aanhoren.

Het is overbodig te zeggen dat hij in Amsterdam, het eerst van boord was. Zonder gedag te zeggen, of de normale overdracht van

papieren en gegevens met de kapitein uit te wisselen was hij verdwenen. Ik heb hem nooit meer terug gezien.

 

 Dick