Het gouden neusje                            Een verhaal van Dirk Rietel

De kapitein op en groot schip is, aan boord, ongeveer onze lieve heer.

Daarbij heeft een hoop discipelen, van de eerste stuurman tot de elektricien en daar

zitten nog een hoop rangen tussen, iedereen heeft wat te vertellen, de kapitein het meest.

Er zijn verhalen bekent van hersen-spinsels, door kapiteins bedacht, die zo fantastisch zijn

dat geen mens ze gelooft, maar absoluut waar zijn. De verhalen doen de ronde aan boord

van de schepen en worden langzamerhand steeds mooier, de kern van het verhaal berust

echter op waarheid. Als men ervan uitgaat dat een kapitein niets menselijks vreemd is en

net zo goed als ieder ander mens zijn nukken heeft. Dat afgezet, tegen een, op zee zeker,

lijdelijk baantje met heel veel vrije tijd, om de meest gekke fratsen te bedenken.

Het ergste is, hij heeft de macht om de meest vreemde hersenspinsel ten uitvoer te brengen,

het is daarom niet verwonderlijk, dat er van tijd tot tijd excessen optreden. Op de Bennekom,

een in de oorlog gebouwd Victory schip, in Amerika was, over de oude grijze oorlogverf heen,

het schip in K.N.S.M kleuren geschilderd. De kapitein had uitgedacht, dat het wit geschilderde neusje,

geheel van verf moest worden ontdaan, roest vrij gemaakt, daarna in de menie, in de grondverf en

vervolgens wit gelakt moest worden. Als er verder niets te doen is kan zo’n kronkel, als een soort

werkverschaffing, maar vooral ter meerdere glorie van de overwerkrekening wel uitgevoerd worden.

Maar als het uitloopt op een ziekelijk doordrammen en te pas en te onpas de helft van de dek

bemanning op het neusje zit te steken en te schrapen, terwijl ander noodzakelijk werk blijft liggen

dan wordt het bedenkelijk.

De oorspronkelijke eigenaar ( de Amerikaanse staat) hadden, mede voor camouflage, een grijze verf laten

ontwikkelen waarnaar ze voorlopig geen omkijken hadden, als het er opzat moest het er op blijven.

Normaal is dat een goede eigenschap voor verf, maar het één sluit hier onmiddellijk het ander uit,

als het er goed opzit gaat het er slecht af. De bij de werf van Bethelhamsteel, kort daarvoor opgebrachte

witte verf ging er nog wel af, maar de grijze oorlogsverf was er niet af te branden

De operatie bleef duren ieder uur, als het maar even mogelijk was, zat de helft van de matrozen op de

stellingplank buitenboord het neusje te bewerken.  Op zee kon de kapitein hoe graag hij ook wilde ons niet

buitenboord laten werken, dat is door de arbeid inspectie verboden. Alleen door dit soort verboden wordt

de absolute macht van een kapitein beperkt. De hele reis, drie maanden lang, heeft deze buitengewone

paskwil geduurd. Van zelfsprekend vorderde het werk, door de tegenzin van de matrozen, langzamer dan

normaal. In de havens is nu eenmaal van alles te zien en er werd vanaf onze eerste klas zitplaats meer

rondgekeken dan gewerkt. Wat het kapitaal aan overwerk en verwaarlozing van noodzakelijk onderhoud is,

laat zich niet becijferen. Maar dat een gouden neusje goedkoper was geweest staat als een paal boven water

en dan geen bladgoud maar massief.

 

 

Dick