Koeien huiden.                        Een verhaal Dick Rietel

Ze stonken, zelfs met de wind van achter, kon je ze ruiken.

De huiden waren zo van het beest gesneden en met zout erin tot een pakje gevouwen

Het hele schip was door de stank vergeven. En dat alles alleen maar ter meerdere glorie van

de schoenfabrieken in de Langstraat, we hadden, zeer zacht uitgedrukt, een hekel aan koeien huiden.

Alles was beter dan huiden, stuif lading en andere smerige of stinkende lading was altijd beter dan huiden.

Natuurlijk was de van Ostade een uitgelezen schip om huiden te vervoeren.

Alle andere schepen hadden passagiersaccommodatie, zij kwamen daardoor niet in aanmerking voor het

vervoer van huiden, de delicate neuzen van passagiers kan je niet blootstellen aan zon stank.

De passagiers accommodatie van Ostade was heel beperkt, wie wil er met zon oude kraak mee.

Alleen een paar priesters of nonnen kregen we, een enkele keer, mee als passagier, die hadden alle tijd van de wereld.

Mensen die ergens snel naar toe wilden stapte zeker niet op de van Ostade.

De aankomst tijd in de volgende haven was met geen mogelijkheid te bepalen en kon weken uitlopen.

Wij hadden de verfoeilijke natte huiden geladen in Jamaica, ze stonden afgedekt op het luik van ruim n,

zover mogelijk van de midscheeps weg, in de hoop dat we bij goede wind de stank niet zouden ruiken, dat was een ijdele hoop.

De uitkijk moest ondanks de stank, normaal op de bak zijn wacht lopen en daardoor moesten we telkens weer langs de

meters hoge en tientallen meters lange stapel stinkende huiden. We waren twee dagen onderweg, toen de uitkijk in paniek op de

brug kwam met de melding dat er nog levende koeien tussen de huiden zaten, hij had ze zuiver zien bewegen.

De op de brug aanwezige lagen in een deuk van het lachen en waren een beroerte nabij, de stuurman lag languit op dek

en moest ondersteund naar een zitplaats worden gebracht. De uitkijk wilde onder geen voorwaarde meer naar voren en liep

de rest van zijn wacht op de brugvleugel. Bij daglicht zou een ( niet dat het nodig was) onderzoek worden ingesteld.

Bij het eerste daglicht werd een matroos van de vrije wacht naar voren gestuurd om polshoogte te gaan nemen.

Die had er niet zon zin in en vroeg of de uitkijk even mee kon, je wist maar nooit en de uitkijk werd toch bedankt want het was licht genoeg.

(Alleen s nachts en met slecht zicht werd uitkijk gelopen.)

De toestemming werd gegeven en de twee man liepen, zeker geen wereld tijd naar voren,

hoe dichter ze bij ruim n kwamen zoveel langzamer werd er gelopen, ze vertrouwden het zaakje toch niet zo erg.

Op de brug had zich inmiddels een groot deel van de bemanning verzameld en wachtten gespannen af wat het onderzoek zou opleveren.

Opvallend was dat niemand zich opwierp om mee te gaan, de helden wachten liever even af, onder de dooddoener dat het zo stonk op ruim n.

De twee maakten de afdek kleden los en sloegen die terug waarop vier verstekelingen tussen de huiden vandaan kropen.

Zij waren bij vertrek in Jamaica tussen en onder de huiden gekropen, er was hun verteld dat we naar

New Orleans moesten een reis, voor een normaal schip, van twee dagen. Dat leek hun wel wat.

Amerika was een soort paradijs, iedere Jamaicaan wilde wel naar Amerika toe.

Twee dagen zonder eten kon wel, het gebeurde op Jamaica wel meer dat er een paar dagen geen eten was, water, in elk geval drinken,

hadden zij in flessen meegenomen. De matrozen wilden de vier man direct naar de brug brengen maar de kapitein riep naar

beneden dat ze eerst afgespoeld en reukvrij gemaakt moesten worden. We hebben de dekwas slang opgetuigd en ze daar eerst aangekleed

en later naakt mee afgespoeld ondanks deze grondige behandeling bleven ze stinken. Het voorstel van een stoker om ze met aftershave

te behandelen werd als veel te duur, van de hand gewezen, omdat we er niet zeker van waren of de kosten gedeclareerd konden worden.

Later zijn ze in dekens gehuld bij de kapitein gebracht. Toen zij hoorden dat we onderweg waren naar Europa barsten ze in geweeklaag uit

en wilden dat we terug gingen naar Jamaica. De hele verdere reis zijn zij aan boord gebleven en moesten werkzaamheden verrichten.

Op zee is ledigheid nu eenmaal een doodzonde, eten en verblijf moesten verdiend worden. In IJmuiden zijn zij aan de marechaussee overgedragen.

Ze zijn op kosten van de maatschappij op het eerste vliegtuig dat naar Jamaica vloog gezet.

Zij kunnen nu hun zeemansavonturen aan hun kleinkinderen vertellen.

Dick