Neerlands vlag.                  Een verhaal van Dirk Rietel  

Je bent mijn glorie, dat leerde we op school.

In de praktijk sta je echt niet te juichen als je haar ziet aan vreemde kust.

Het komt vaak voor dat je de Nederlandse vlag aan vreemde kusten ziet.

Meestal gewoon op schepen die in de haven liggen en op n van de volgende dagen weer vertrekt naar de volgende haven.

Er is op een binnen komend schip, voor de bemanning, maar heel weinig tijd om te juichen of victorie te roepen.

Mocht je eventueel wel de tijd en de moed hebben word je de rest van de reis als een paria gemeden,

omdat de rest van de bemanningsleden je voor gek verklaart. Toch komt het een enkele keer voor dat er iets in je om gaat.

Bijvoorbeeld als een haven wordt aangelopen en een vloot van allerlei roestige meest vreemdsoortige besmeurde vaartuigen,

in een onbegrijpelijke wirwar, stomend stinkend en lawaaierig door elkaar krioelen, met de Nederlandse driekleur op.

Dat is Nederland op zijn grootst, zij zijn waterwerken aan het uitvoeren, beter gezegd grond onder en boven water aan

het verzetten, in een tempo en met een bekwaamheid die geen enkele natie op onze globe kan navolgen.

Als je onverwacht zon vloot aantreft, kan je er van verzekerd zijn dat, gedurende de tijd die je in deze haven ligt,

een voortdurend komen en gaan is van baggeraars die om een praatje verlegen zijn en lectuur, al is dat nog zo oud, willen hebben.

Tegenwoordig zal dat wel wat minder zijn, er word nu geregeld afgelost. Door de moderne communicatie middelen is het

contact met het thuisland verzekerd. Maar in de tijd waar ik over schrijf bleven deze mensen soms op de werkplek tot het karwei

klaar was en dat kon soms meer dan een jaar, soms zelfs jaren duren.

Het kwam voor dat de hele familie meegenomen werd, naar een land waar het klusje geklaard moest worden,

dat waren bepaald niet de landen waar je de vakantie zou willen doorbrengen.

In buitenlandse havens kwamen ook wel daar wonende Nederlanders aan boord, gewoon om weer eens lekker Nederlands te spreken.

Hierbij is mij opgevallen dat de mensen die lang in het buitenland verbleven het beste hun Moedertaal spraken,

zelfs met dialect uit hun geboorte streek of stad.

Van de gewichtig doende, kort in het buitenland verblijvende Nederlanders, had een gedeelte, opeens hun taal een klein beetje vergeten.

Zeelui zijn lange tijd van huis, hebben elkaar alles al verteld en nieuwe gesprekstof komt vaak uit deze ontmoetingen voor.

Als bij hen de taal te sprake komt, is de overgrote meerderheid, het er over eens, dat je moedertaal nooit vergeten wordt.

Het vreemde gedoe dat je de taal, die je als kind geleerd hebt en jaren lang heb gesproken, kan onmogelijk een beetje of helemaal

vergeten worden, het berust op dikdoenerij en onbenul.

Op zee wordt nooit een vlag gevoerd, alleen door oorlog-of passagierschepen.

Er wordt verwacht dat een koopvaardijschip een oorlogsschip groet zelfs oorlogschepen van de meest onsympathieke landen.

Als een oorlogsschip in zicht komt moet de man van de vrije wacht onmiddellijk de vlag opzetten en er bij blijven staan tot het

oorlogsschip dwars is. Hij moet dan de vlag strijken ( naar beneden halen) wachten tot het oorlogsschip de vlag strijkt en weer ophaalt

daarna mag de vlag van het koopvaardijschip weer worden op gehaald. Als het schip ver genoeg weg is wordt de vlag weer opgeborgen.

In een marine haven wordt voor elk oorlogsschip dat voorbij wordt gevaren opnieuw gegroet. Zij hebben een paar man als vlaggenwacht staan.

Op een handelsschip moet voor die poppenkasterij een mannetje heen en weer rennen tussen zijn werkplek en de vlag.

Vlaggen zijn aan veel gebruiken gebonden, de vlag kan in sjouw, dat is een knoop in de vlag, vroeger werd dat gebruikt als er

oorlog was uitgebroken, halfstok weet iedereen, in de haven aan de vlaggenstok met de vlag van het gastland in de voormast,

meestal op een speciale manier aan een stok gebonden boven de mast uit, de maatschappijvlag in de achtermast, ook op een stok

boven de mast uit, maar nooit hoger dan de vlag van het gastland. In veel landen vooral, die pas zelfbestuur hadden of pas kort bevrijd waren,

werd erg strikt op het naleven van het vlagprotocol gelet en je was nog niet jarig als er wat aan mankeerde.

Er kon gestraft worden door geen bootwerkers aan boord te laten, of extra dagen wachten. In afwijking van Engelse die hun vlag opzetten

en laten staan tot de vlag zo smerig is dat de kleuren niet meer te zien zijn of is opgesleten tot de stok.

Op een Nederlands schip moet de vlag een half uur na zonsondergang worden weggehaald

s morgens een half uur voor zonsopgang weer worden opgezet.

s Nachts word alleen gevlagd voor slechte vrouwen en dat is op de christelijke koopvaardij een zonde en wordt dus niet gedaan.

 

Dick