Euterpe.      Een verhaal van Dick Rietel

 


 

Na enige jaren bij de HSM. te hebben gevaren wilde ik wel wat anders.

Bij de KNSM waren aantrekkelijke reizen te maken. Lekker naar de warmte van Zuid Amerika en West Indië.

Mijn eerste boot was de Euterpe, dat ding was gebouwd in 1903 en in 1948 volgens Bartjes 45 jaar oud.

De masten en de schootsteen en wat voor schoorsteen, een lang soort regen pijp, alleen iets dikker, zwart met twee

niet zo witte banden staken uit de opbouw schuin omhoog met de neiging om achter over te storten.

De kapitein was afkomstig van een van onze Noordelijke eilanden, zijn naam bevestigde dat, ze heten daar bijna allemaal hetzelfde.

Hij huisde achterop, onderdeks en had de achterpiek (drinkwatertank) als koelkast voor de drank.

Het was wel de beste koelkast van het hele schip. Er was één nadeel, voor de koelkast gebruikt kon worden,

moesten de etiketten van de flessen worden verwijderd, anders dreven die in het drinkwater rond en zouden de pomp verstoppen.

Een bijkomend voordeel was, dat er eerst geproefd moest worden om de inhoud van de fles vast te stellen.

Voor de goede fles gevonden was en de door de gasten van de kapitein van het gewenste borreltje genoten kon worden,

was door de kapitein om de juiste fles te vinden al een behoorlijk slokje gedronken.

Daardoor en omdat hij alle dranken om absoluut zeker te zijn in ruime hoeveelheid controleerde, was de kapitein in

de haven constant in de olie.

De eerste dagen werd vlees uit een zeildoekse puntzak opgehangen in het want gebruikt.

Daarna als de voorraad vlees in de zak op was werd plechtig de ijskast open gemaakt.

Dat was een grote witte kist in de midscheeps met staven ijs op de bodem, er werd verwacht dat hierin al het aan

bederf onderheven voedsel goed zou blijven.

Onder het einde van de brugvleugeltjes was, aan S B en aan B B, een soort kast gebouwd,

de kast aan stuurboord werd onze radio hut. Ik zie nog de hele bemanning om de hut verzameld om de wonderen

der techniek mee te maken. Je kon zomaar praten met mensen aan de wal. In die tijd stonden veel mensen nogal

wantrouwig tegenover al die electriek die zomaar de hemel ingezonden werd.

Door sommige werd zelfs beweerd dat de voor- en najaar stormen heviger waren door alle die nieuwe uitvindingen.

De eerste stuurman, zich zeer wel bewust van zijn belang, zou dat wonder der techniek wel even tot stand brengen.

Hij begon, in een soort Engels, Scheveningen radio aan te roepen, want zo beweerde hij, dat moest in het internationale radioverkeer.

In die tijd was er niet zoveel radioverkeer en Scheveningen radio antwoordde direct, de stuurman reageerde met een schok,

dat had hij niet zo snel verwacht. In zijn Engels vervolgde hij met onze bestemming en roepletters door te geven.

Daarop vroeg de telefoniste, naar aanleiding van onze roepletters, of zij het correct had dat wij de Nederlandse nationaliteit hadden

De stuurman bevestigde dat, waarop de telefoniste vroeg waarom de stuurman dan niet normaal Nederlands sprak.

Onmiddellijk waren alle belangstellenden verdwenen.

De kapitein was toen nog een directe afgezant van onze lieveheer en de stuurlui waren zijn discipelen.

Je had niet de moed, om een stuurman en zeker niet de eerste in zijn gezicht uit te lachen.

Tegenwoordig worden er tegen de kapitein en officieren dingen gezegd die wij niet durfden denken.

Of dat ten goede of ten kwade gekeerd is weet ik niet, wel weet ik dat het varen tegenwoordig niet meer zo leuk is als vroeger,

toen wij veel primitiever bij elkaar huisden.

Nu is er, door de één persoon hutten veel gezelligheid verloren gegaan. Na de wacht verdwijnt iedereen in zijn eigen hut

en lijkt het hele schip uitgestorven. De feesten die op de oude schepen spontaan ontstonden, vooral in de tropen.

Met een theekist waarvan een bas was gemaakt, en een stampeneur. Dat was een bezemsteel met bellen en blikjes eraan,

op de maat van het lied dat werd gezongen, werd daarmee op het dek worden gestampt. Helaas is dat verleden tijd, het bestaat niet meer.

Ik ben blij dat ik die tijd heb meegemaakt, ondanks de ontbering en de primitieve omstandigheden en een enkele keer een

slechte kok of hofmeester. Het is ondanks alles een leuke tijd geweest.

Dick.