Windjammer.

Alleen de naam al, de goed bedoelende hobbyisten, hebben ooit van deze naam gehoord maar gaan voorbij
aan de betekenis van deze scheldnaam.
Het is ook interessant om een schip schuit te noemen, er aan voorbij gaand dat op een schuit stront of andere rommel vervoerd wordt
en dat een schuit zo plat is als een gewalste pannenkoek of, zoals een zeeman zou zeggen, als een platgetrapte platluis.
Een zeeman zal een schip alleen laatdunkend een schuit noemen.
Hij weet dan, dat hij omdat het verblijf op het schip niet aan zijn verwachtingen heeft voldaan, het schip een trap na geeft.
Het kan er bij mij niet in dat mensen die zeilschepen een warm hart toedragen, zulke scheldnamen bezigen voor de objecten die zij mooi vinden.
De grote zeilschepen, onderverdeeld in verschillende soorten naar tuigage en rompvorm, zoals clipper, fregat, galjoen, volschip, bark, fluit,
schoener, gaffelschoener, brik, schoenerbrik en vele anderen zijn, voor ingewijden, de normale benamingen voor deze schepen.
De goed bedoelende leek echter gooit alles op een hoop en scheld ze uit.
Zij gebruiken de benaming die door de opvarenden van de eerste stoomschepen werd gebruikt.
Zij waren, naar hun idee, bevoorrecht en spraken kleinerend, over de achterlijke zeilschepen, die niet met de tijd waren meegegaan.
De zeelui die nog op zeilschepen voeren werden meewarig en bijna zielig bejegend, door de op puffende en stinkende schepen varende matrozen,
met de vraag zit jij nog op zoín windjammer. Het woord jammer komt in de scheepvaart meer voor en heeft, ook volgens het woordenboek,
geen beste betekenis.
Bij Denemarken bestaat de Jammerbocht, daar lagen zeilschepen dagen, soms weken lang te wachten tot, de in West Europa
overwegende Zuid Westen wind, naar een andere richting draaide, om daarna de Oostzee in te kunnen varen.
De toestanden op zeilschepen waren van een aard dat er heel wat afgejammerd werd, op een reis naar verre streken was er geen matroos
die niet een paar keer nieuwe nagels aan zijn vingers had gekregen.
Bij het weghalen of opzetten van de zeilen scheurden de nagels vaak zover in dat ze na een paar dagen spontaan afvielen.
Ik kan U uit ondervinding vertellen dat het geen pretje is om te werken met een afgescheurde nagel.
Het contact met het zoute zeewater is misschien goed voor de genezing van de gewonde vinger, maar ook erg pijnlijk.
Ook scheurbuik en andere door eenzijdig voedsel veroorzaakten ziekten en ongemakken waren aan de orde van de dag.
Er zijn aan de wal veel niet begrepen gewoonten en gebruiken in een heel verkeerd daglicht geplaatst.
Oorringetjes bijvoorbeeld, het was een zeeman die de zeven zeeŽn had bevaren toegestaan een oorringetje te dragen.
Het was bovendien door de afstand tussen deze zeeŽn, een teken van een langdurig verblijf op zee en daardoor een bewijs
van praktische vakbekwaamheid. Bovendien was het een bewijs dat men met een zeer gezond mens te doen had,
hij had al de ontberingen van deze lange reizen overleefd.
Nu wordt er door dezelfde hobbyisten van de zeilschepen verteld dat het was om in geval van overlijden zijn begrafenis te betalen.
Gekker kan je het niet maken. Een zeeman, die op zee, door welke oorzaak dan ook, de pijp aan Maarten gaf.
Werd als hij bij leven een goed mens was geweest plechtig, of als hij naar mening van de maten een niet zoín beste was geweest,
zonder meer, maar in beide gevallen geheel kosteloos en vooral snel overboord gezet.
Aan de wal waren zeelieden, door de verkoop van meegebrachte goederen en van de gage,
die na thuiskomst werd uitbetaald na een soms jaren durende reis, beter voorzien van het aardse slijk dan een gemiddeld mens.
Over het algemeen waren zeelieden, in de tijd van de zeilschepen, alleenstaande niet getrouwde mannen.
Zijn begrafenis was het minste waar hij zich zorgen over maakte, onder de grond kwam hij zo wie zo.
Hij had op al zijn reizen nog nooit een overledene gezien die was blijven staan, letterlijk niet en figuurlijk ook niet.
Hij had zeker voor zijn begrafenis, geen ringetje in zijn oor.
Toch wordt steeds weer hardnekkig verteld dat zeelui hun begrafenis met een oorringetje betaalden.
Het is wonderlijk dat een algemeen voorkomend beroep met zoveel geheimzinnigheid en vreemdsoortige verhalen is omgeven.
De oorzaak zal bij de zeelieden zelf gezocht moeten worden, van de meeste voorvallen aan boord werd de meest belachelijke versie doorverteld.
Ik kan mij voorstellen dat vragen over gebruiken of gewoonten aan boord, met dezelfde kwinkslagen en luchthartigheid werden
afgehandeld als aan boord. Er werd dus zelden of nooit een serieus antwoord gegeven.
De gevolgen hiervan, zijn een groot aantal overleveringen die thuis horen in de categorie sprookjes en fabels.
Het is alleen wonderlijk, dat volwassen goed bij hun verstand zijnde mensen, de nonsens als absolute waarheid slikken
en er zelfs niet aan twijfelen of de waarheid geen geweld wordt aangedaan.
Dick.