Geld dat stom is maakt recht wat krom is


Dat moet de sluismeester hebben gedacht toen een steen van de middensluis bewoog bij het invaren van een Russisch schip.

Dat de steen door het berghout van een schip van de H.S.M werkelijk losgevaren was, werd gemakshalve met de mantel der liefde bedekt.

De  stroomboten kwamen tenminste één maal per week door de sluis en stonden telkens weer garant voor een borreltje.

Een ander minder risico vol object moest worden gevonden om de schade zo goedkoop mogelijk te herstellen en tevens om het bewijs te leveren

voor de oplettendheid van de dienstdoende sluismeester. Een oud vooroorlogs Russisch schip, met een vooroorlogse onverwoestbare constructie,

gebouwd om vele jaren dienst te doen in de roerige Noordelijke wateren, was  het slachtoffer dat het meest in aanmerking kwam.

Eerlijkheid halve moet gezegd worden dat het schip de steen een onbehoorlijke oplawaai gaf. Het was slecht weer en er stond een

stormachtige Noordwester, er waren dus verzachtende omstandigheden. De meer dan normaal oplettende sluismeester zag de steen,

met hekwerkje erop een, alleen met een microscoop waar te nemen, stukje verschuiven. Hij moet gedacht hebben "

zie hier de garantie voor constante alcoholische versnaperingen op de stroomboten is opgelost."

De havenmeester werd gewaarschuwd en in vol ornaat, in uniform met een hoop onnodige strepen, stapte hij aan boord van de uitgekozen zondaar.

Na enig welles, nietes, hoe kan dat nou, totaal geen schade aan het schip, wodka, Russische snacks en verdenkingen dat de steen niet

optimaal vast had gezeten, werd schoorvoetend schuld bekend. Het protocol werd ondertekend en in Amsterdam kreeg de arme

Russische kapitein te horen dat de schade, ruw geschat, slechts 200.000 goede Hollandse florijnen was, in roebels was dat een veelfout,

vooral omdat de koers, die het Kremlin had vastgesteld, niet werd geaccepteerd door de Westerse bankwereld.

Ik kan me zo voorstellen dat de kapitein, met zijn hoofd tussen zijn handen, bij een wodkaatje uitpiekerde wat er aan dit ongehoord hoge bedrag,

voor een betrekkelijke kleine schade, gedaan kon worden. Onder de geneugte van het teugje wodka en een papparossi gloorde het licht.

Op de uitreis stond de Noordersluis klaar maar de kapitein wilde persé de middensluis in en daar bij wilde hij aan bakboord meren.

Loods Pappie Gerding was verbaasd, maar de klant is koning en er werd gewacht totdat het sluiscomando door kreeg dat er bijzondere wensen waren.

Eindelijk werd de middensluis klaargemaakt en bij het binnen varen werd het gebruikelijke "op de middendeuren" geroepen.

De kapitein vond echter net in de sluis ver genoeg. Toen het schip gemeerd lag stapte een aantal matrozen aan de wal en bevestigde

stroppen aan de reeds vermelde steen, terwijl andere matrozen, een boom met dubbele reep buitenboord zwaaide.

De steen werd vakkundig aangepikt. Op het moment dat het bevel "dawaai wiera" werd gegeven verscheen een, dit maal niet zo

oplettende maar gewaarschuwde, sluismeester ter plaatse. Deze vond dat het hieuwen even uitgesteld moest worden,

omdat die Communisten niet zomaar ongestraft een stuk Nederland konden meenemen.

Eerst moest de havenmeester worden geroepen, deze verscheen ten tonele nu gewoon in zijn daagse kleding,

hij vond dat de Rus geen recht had de steen mee te nemen. De Rus was een geheel andere mening toegedaan,

betaald is betaald en wat betaald is, is gekocht. Na wederom de nodige wodka en hapjes was de Rus er, na steekhoudende en

minder logische argumenten, niet van te overtuigen dat de steen, waarvan hij het gewicht zowat in goud  had betaald,

niet automatisch zijn eigendom was geworden. De oplossing was, volgens de kapitein heel eenvoudig, de betaalde steen ging mee naar Rusland en werd,

misschien zelfs wel op het Rode plein in Moskou, tentoongesteld, met erbij, op een bordje, de daarvoor in Holland betaalde prijs, of het geld kwam terug.

Volgens de grootte grijns  van de loods en de Russische kapitein is het laatste gebeurd, de steen bleef achter.

Een paar dagen daarna werd de steen door een hijskraantje gelicht er werd wat cement onder gestort en de steen werd keurig terug geplaatst.

Totale kosten, inclusief huur hijskraantje, krap 200 gulden.

De steen licht er nog steeds, dat kan ik weten want telkens als ik op de sluis kom moet ik even naar de steen kijken en dan moet ik onwillekeurig

weer lachen om die gekke Rus.

Dick.

NB. Als de lezer de steen van fl 200,000 ook wil bewonderen,  het is de eerste steen na de kolk aan de Zuidoost kant van de middensluis,

de steen met het hekje erop.