Ige


 


In de tijd dat de wacht van de bootlieden nog voor het Centraalstation in Amsterdam was gevestigd, kwam op gezette tijden een oud zeeman langs,

voor een bakkie koffie en een praatje. Hij was zeer welkom want hij vertelde prachtige verhalen. Ige had nog op zeilschepen gevaren,

hoofdzakelijk theeklippers die in de theerace op China voeren. Deze schepen voeren altijd op het scherp van de snede,

er stonden zoveel mogelijk zeilen bij, op breken af. Er werden met deze zeilschepen, met goede wind snelheden bereikt,

die door veel moderne schepen niet gehaald kunnen worden. In China, waar op de eerste thee van de nieuwe oogst moest worden gewacht,

werden de schepen van al de tuigage ontdaan en opnieuw opgetuigt, alles wat twijfelachtig was werd vervangen.

Op de terug reis konden zij geen gebroken touwwerk, masten, ra痴 of gescheurde zeilen hebben.

Het schip dat als eerste in Engeland aankwam maakte de beste prijs voor zijn lading.

Dat kon een het verschil maken tussen een geslaagde of een mislukte reis.

De bemanningen van deze schepen waren internationaal, er was geen land in Europa dat niet door een paar man vertegenwoordigd was.

Er werd een soort Engels, met een mengelmoes van woorden uit andere talen gesproken, zodat het aan de wal in Engeland,

het aan boord gesproken Engels onverstaanbaar was, het kon zelfs van schip tot schip verschillen.

Onderling werd door mensen uit 鳬n land in hun Moedertaal gesproken, de andere opvarenden pikten daardoor veel verschillende talen op.

Ige sprak twee dialecten Chinees, ook sprak hij Japans, Noors, Zweeds, Duits, Frans, Engels en nog wat andere niet zo voor de hand liggende talen.

Het zal niet allemaal feilloos zijn geweest maar hij kon in deze talen een redelijk gesprek voeren.

Hij was een paar maal in China achtergebleven om verschillende schepen te helpen af- en optuigen.

Vooral de laat aangekomen schepen moesten snel af - en weer opgetuigt worden om op tijd klaar te zijn.

Extra, goede zeelui waren welkom en werden goed betaald. Zij bleven achter van schepen omdat ze verliefd waren geworden,

ruzie aan boord, slecht eten of andere oorzaken. Er liepen in de Chinese havens altijd een aantal Europese en Amerikaanse baantjes jagers rond.

Het is merkwaardig maar in een vreemde taal leert men eerst vloeken, zeker als men de taal niet op school, maar in de praktijk leert.

Ige vertelde daar over een prachtig verhaal.

Vroeger werden dekwas- en brandslangen aan boord, zelf gemaakt. Van een lange reep zeildoek werd een slang genaaid, als er goed

genaaid was is zo地 slang net zo goed, misschien zelfs wel beter, dan een in de fabriek gemaakte slang.

Door missteken, er moesten elf steken op de lengte van een zeilnaald passen, niet meer maar ook niet minder,

gebeurde het wel dat er een klein gaatje in zo地 slang zat. Als de twee man aan de pomp nog niet vermoeid waren en snel pompte,

was de druk in de slang hoog. Er kwam dan door zo地 gaatje een dun straaltje water omhoog. Als dat gebeurde op en plaats waar dat niet gewenst was,

werd er een matje op de slang gelegd. Door onoplettendheid spoot eens zo地 straaltje, door een koekoek, (een ventilatie opening), bij de kapitein zijn hut in.

De kapitein kwam vloekend aan dek en er werd snel een matje op de slang gelegd. De kapitein bedaarde wat en kwam aan het eind van zijn Latijn.

Op de vraag van bootsman Ige, of de kapitein uitgevloekt was, kreeg hij een bevestigend antwoord.

Ige haalde diep adem daarna en begon de kapitein er vloekend van te overtuigen dat het foutje het sop van de kool niet waard was.

Ige kon zeker een uur vloeken zonder in herhaling te vervallen en dat in bijna alle gangbare talen. Na een minuut of wat smeekte de kapitein Ige te stoppen,

omdat hij bang werd dat Ige de zegen uit zijn schip vloekte. De kapitein stelde voor om in zijn hut, met een borrel, het incident te vergeten.

Daarop antwoorden Ige 堵oed kapitein maar niet zo地 rot borreltje, dat als ik mijn duim in het glaasje steek, het glas leeg is.

Onwillekeurig dwaalde je blikken naar de duimen van Ige. Om een duim van Ige te kunnen bergen was heel wat nodig,

hij had geen vingers maar bossen winterwortels aan zijn handen. In elk geval moet het glas, om naast de duim van Ige ook nog vloeistof te kunnen bevatten,

een flinke bloemenvaas, of minstens een Beiers bierglas zijn geweest.

 

Dick.