Broei


Op de Hera een door de Amerikanen in de oorlog gebouwd schip voor de bevoorrading van landingtroepen.

Achter de opbouw was een vriesruim klein maar diep, het was afgesloten met dikke geïsoleerde luiken.

Als er geen vrieslading was, dat hadden we zelden, werd er speciaal lading in geladen, dat was duur en diefstal gevoelig spul.

Op één van de reizen was dat ruim gevuld met sigaretten. Ze waren geladen in Antwerpen, in België stond ergens een sigarettenfabriek,

ze maakten daar onder meer Amerikaanse sigaretten.

Het is wonderlijk om Lucky strike, Chesterfield en Camel sigaretten van Europa naar Amerika, ook al was het Zuid Amerika te vervoeren.

Ik vond het water naar de zee dragen, maar handel is handel en daar mee weet je nooit waar je aan toe bent.

We hebben bijvoorbeeld eens oud papier van Nederland naar Engeland weken lang heen en weer vervoerd,

ten slotte is het in Nederland weer gelost en was er, na aftrek van transport kosten, een paar honderd duizend gulden verdient aan in- en uitvoerpremies.

Dames schoenen werden vanuit de Langstraat, waar veel Nederlandse schoenenfabrieken stonden, naar Frankrijk vervoerd,

de volgende reis werden ze mee terug genomen, met een stempel er op van een  Franse schoenenfabriek.

Sigaretten zijn vochtig, dat is tabak altijd, als ze in een afgesloten ruimte opgestapeld worden gaat het spul broeien en ontstaat brand.

Broei is een groot gevaar op zee, vaak ontstaat daardoor een niet te blussen brand. Het water dat er opgespoten werd, om de brand onder controle te houden,

maakte dat het op de duur nog meer ging broeien  waardoor de hitte steeds groter wordt en de brand op de duur niet meer door de eigen bemanning te blussen is.

Op de in de oorlog gebouwde schepen hebben ze overdreven luide alarm toeters en bellen gemaakt. Dat moest volgens de maritieme wetenschappers zo luid,

om de bemanning en de kanonniers, bij alarm, snel op hun posten te krijgen.

Dit kan ik ergens billijken, maar ondanks dat heb ik toch nog steeds mijn twijfels of zoveel lawaai voor dat doel de juiste oplossing is,

mensen met zoveel lawaai uit hun slaap halen is misdadig. Je schrok je een hartverlamming en de eerste minuten was je niet in staat om te

bewegen en lag je te beven in je kooi. Om die rot dingen er in vredestijd te laten zitten en nog te gebruiken ook, is zo idioot dat de ontwerpers

met terugwerkende kracht alsnog gestraft moeten worden.

Het is opmerkelijk dat als er een onaangenaam incident plaats vond, dat altijd onder het eten gebeurde, of in het holst van de nacht,

nooit werd je erbij geroepen als het jou uitkwam.

De buitengewoon luide bellen en sirene, stoorde ons telkens weer in het holst van de nacht.

Als je net na de wacht in je kooi lag en de eerste slaap te pakken had, ging het alarm. We moesten er uit, het ruim in en de sigaretten,

voor zover als het mogelijk was, keren en ventileren en alles wat goed branden met water blussen.

Daar waren we uren mee bezig, als het klaar was moest ik haast weer op wacht en kon er als je geluk had nog net een kort nopje worden gemaakt.

Inplaats van de waardeloze door brand zwaar aangetaste dozen overboord te gooien werden deze steeds weer boven op de nog redelijk uitziende dozen geplaatst

Je hoeft geen brandweer expert te zijn om te weten wat de gevolgen waren door de drijfnatte dozen telkens weer bovenop te zetten.

De stuurman wist te vertellen dat alle dozen, voor de verzekering, in de haven van bestemming moesten aankomen

Tegenwoordig zou men op zo'n stommiteit zeggen "foutje even Appeldoorn bellen."

Volgens één van de collega’s, hadden we bij al de ellende één meevaller, we rookte goedkoop, er kwam gedurende de hele reis een kwalijke

sigarettenstank uit het ruim. De walm hing ook in onze hutten die waren namelijk rondom het vriesruim gebouwd. In de gangen, de kombuis,

in alle verblijven overal zelfs tot in het  stuurhuis was de stank te ruiken.

Aan de situatie was één goed ding, door de bemanning werd een stuk minder gerookt dan normaal, je werd zo al misselijk van de stank.

Het gezegde ”het is geen man die niet roken kan,”of "een roker is een tevreden mens" was toen nog een wijsheid en werd Wereldwijd gepropageerd.

Door de omstandigheden waarin wij werden geplaatst, vonden we toen reeds, deze wijsheid op zijn minst twijfelachtig.

Als je tegenwoordig nog rookt word het omschreven als een stommiteit. Het kan verkeren zei Bredero.

Toen de sigaretten eindelijk in de haven van bestemming werden gelost, ze gingen echt niet eerder van boord, was de inhoud van de meeste dozen één grote asbak.

Een groot deel van de dozen was van lichtbruin, donkerbruin geworden, uiterlijk waren ze afgezien van de kleur nog vrij goed.

Uit de dozen droop een drab, dat normaal door een pruimer, in de kwispedoor werd gedeponeerd, de inhoud van de donkerste dozen was niets anders dan as.

De totale lading sigaretten, die het gehele vriesruim vulden, dat zijn een allemachtige hoop sigaretten, was voortijdig, langzaam maar gestaag,  ondank,

misschien zelf wel door onze inspanning, in rook opgegaan, of door bluswater tot flinke dotten pruimtabak vervormd.

 Dick.