Luchtkoker.


 


Dit verhaal heeft men mij verteld en de waarheid er van is door diverse bronnen bevestigd.

Op één van de op Afrika varende schepen voer een kapitein die in zijn ledige uren, dat zijn er op zee zeer veel, een luchtkoker bewerkte.

Bij aanvang van de reis liet hij zich door de bootsman voorzien van het benodigde gereedschap.

Dat gereedschap mocht gedurende de reis door niemand meer worden gebruikt en werd als eigendom van de kapitein beschouwd.

Hij liet alles goed slijpen en schoonmaken en begon daarna de luchtkoker met een fanatisme te bewerken, een beter doel waardig.

Hij, (de luchtkoker) werd geheel van verf ontdaan, geschuurd in de gekookte lijnolie gezet daarna met een mix van

gele menie (zinkgromaat) en zilververf spiegelglad gemaakt, een modelbouwer ging grover te werk dan de kapitein met zijn luchtkoker.

Als alles zo glad was als een aal werd speciaal verf aangemaakt, gezeefd, daar  werden zelfs nylon kousen voor gekocht,

van extra droogmiddel voorzien en de brugvleugel waar het pronkstuk zich bevond werd afgesloten voor al het verkeer.

Aflossing van de roerganger mocht niet plaats vinden langs de kant waar de luchtkoker stond, had niet de moed om aan de verkeerde kant boven te komen.

Het stelen van het goud uit Fort Knox was vele malen eenvoudiger, de uitbranders en straffen zullen daar ook gematigder zijn geweest.

Als het weer goed was, niet te vochtig, geen wind en geen dauw verwachting in de ochtend, kortom als de verwachtingen optimaal waren

werd de luchtkoker door de kapitein geschilderd. Een dag of twee, drie, daarna werden de matrozen op de brugvleugel uitgenodigd

om het kunststuk te bewonderen. Daarbij werd door de kapitein de wens te kennen gegeven dat het hele schip zo geschilderd moest worden.

De matrozen  wilden wel, graag zelfs, maar dan moest de bemanning vertienvoudigd worden, het schip een paar maanden worden stil gelegd,

niet laden of lossen en vooral geen water overnemen. Dan misschien kon bij benadering het resultaat van de luchtkoker gehaald worden.

De matrozen wilden, als aan al deze omstandigheden werd voldaan, het serieus proberen.

Dat ging de kapitein even te ver, na het uitspreken van grote bewondering voor het kunstwerk, werd voor de verzamelde bemanning een

borrel geschonken en kon er worden over gegaan tot de orde van de dag.

Een andere kapitein had een aquarium aan boord, dat moet niet worden onderschat, het aquarium moest slingervrij worden opgesteld.

Weken lang was hij in de bezig om het aquarium te verzorgen, de vissen en de plantjes gezond te houden en om een zo mooi mogelijk resultaat te bereiken.

Na verloop van tijd als de kapitein tevreden was met het geheel, mochten de matrozen in zijn hut het werk zijner handen bewonderen en kregen een borrel.

Het resultaat, behaald door de noeste arbeid van de kapitein werd hogelijk geprezen, een tweede borrel was bij voldoende bewondering, niet uitgesloten.

De borrel werd genuttigd bij het aquarium, terwijl de kapitein stond uit te kijken of de bootsman niet naar boven kwam.

Als de bootsman over stuurboord de trappen opkwam moesten de matrozen over bakboord zijn hut verlaten en of er niets aan de hand was hun werk hervatten.

De beschreven voorvallen zijn leuk, menigmaal waren de hobby’s of hersenspinsel van de kapitein of de H.H. officieren niet zo leuk.

Het is gelukkig niet meer zo dat de zeelui, zoals op de zeilschepen, soms jaren lang, de meestal kwaadaardige hersenspinsels van een doorgedraaide kapitein,

of stuurman moeten  accepteren. Maar een paar maanden kan, in veel gevallen, ook genoeg zijn om een mens tot wanhoop te drijven.

 

Dick.