Crisis.
In mijn geboortejaar 1938 is ook een ernstige crisis gaande geweest.
Bij KNSM zijn ook ontslagen gevallen en men heeft schepen tijdelijk uit de vaart moeten nemen.
Aan boord van de opgelegde schepen werken een aantal schepelingen aan het onderhoud
en zo verdienen sommigen nog een droge (rogge)boterham.

Nu in 2009 is de bankcrisis. Het kan u niet zijn ontgaan, want de pers pekelt u er met veel genoegen mee in, elke dag opnieuw.
Daarom wil ik u een graag oud verhaal presenteren. Het is niet van mij, maar is wel actueel.
De brutale leerling-stuurman De jaren vlak voor de tweede wereldoorlog in de vorige eeuw zijn economisch moeilijke jaren.
Kus de voet van uw baas, wanneer hij u schopt; is een gezegde uit die periode.
Economische malaise wordt het eerst voelbaar in de wereld van de scheepvaart.

crisis

De lading tarieven dalen. Het schip ligt langer te wachten; het vaart vaker leeg en soms wordt het (zonder bemanning) opgelegd.
Alleen de meest noodzakelijke investeringen worden gedaan.
Promotie verloopt langzaam, men kan na studie niet meer terugsolliciteren en dan volgt de werkeloosheid.
De leerling stuurman in dit verhaal is de benjamin tussen al die volwassenen op het grote schip.
Door zijn jeugd en vrolijkheid is aan hem al deze misère voorbij gegaan. Helaas wordt zijn humor streng bestraft.
Op het schip is hij, behalve de jongste van de bemanning, tevens het laagste in rang van de stuurlieden en een beetje hun loopjongen;
hij ondergaat het moedig; hij heeft de toekomst. Op zee aan boord van een gewoon vrachtschip eten kapitein,
stuurlieden en werktuigkundigen gezamenlijk in één salon.

Deze ruimte ligt onder de brug van het schip met ramen aan de voorzijde.
De salon is door een fraai geslepen glazen scheidingswand verdeeld in een eetsalon en een lounge (rooksalon).
Vooral op oude schepen is het een mooie ruimte, met een lambrisering, soms met kunst ingelegd en voorzien van een Latijnse spreuk.
Een beetje deftig dus. Drie maal daags worden in de eetsalon de maaltijden gebruikt.
Vanwege de voortgang van het schip wordt op zeedagen elke maaltijd twee maal gehouden; en in de haven is dit afhankelijk van het laden en lossen.
Toch streeft men er naar, dat zoveel mogelijk gezamenlijk wordt gegeten.

Aan tafel zitten dan de mannen in uniform met veel of weinig gouden strepen op de mouwen
of op de epauletten van het uniform, dat men in de tropen draagt.
De mouwen van de leerling zijn slechts donkerblauw; zijn enige onderscheiding is een
ankertje op zijn revers en zo is het ook met zijn epauletten gesteld.

De salonbediende, in een spierwit jasje, serveert iedereen naar rang en anciënniteit.
Dat is de status, die men op het schip heeft. In vloeiend Amsterdams begint de bediende met “astublief kaptaain”.
Die is namelijk altijd het eerst aan de beurt. Dan worden de chefs van dienst bediend en…. u raadt het al;
de leerling is de allerlaatste; zo gaat dit altijd. Op een gegeven middag wordt aan het einde van de maaltijd, als het toetje,
een grote schaal met rode appels binnengebracht.

De bediende draagt de schaal hooggeheven op één hand de salon binnen en met een
fraaie zwier presenteert hij de schaal aan de gezagvoeder als eerste.
Bovenop de mooie appels ligt een heel klein miezerig appeltje van niks.
De leerling kijkt naar de schaal en zegt heel vrolijk :”Ha, ik zie mijn appeltje al liggen.”
Een ontoelaatbare brutaliteit. De leerling mag volgende reis niet meer mee. ?