Kerstliedjes in februari Hermannus Groot (opa stoom.)Aan zijn uiterlijk kan je zien, dat  hij veel heeft meegemaakt.
   Hij is oud om te zien; een kleine man met een vriendelijk gezicht, hij draagt  een bril en zijn stem kraakt opvallend. 
   De tweede wereldoorlog heeft hij  doorgebracht op zee. 
   Bij het uitbreken van die oorlog worden alle Nederlandse schepen, die op reis  zijn, buiten de bezette landen gehouden, 
   anders worden zij door de vijand in  beslag genomen. 
   Ons schip in de jaren ‘60 is 23 jaar  oud, een Amerikaan van de Marshallhulp; de bewoning is aangepast aan Nederlands  gebruik. 
   Veel apparaten aan boord werken automatisch of hebben dit gekund. 
   In  de schoorsteen is een smederij en zelfs is er een automatische misthoorn. 
   Voor de stoomfluit moet men oppassen; haar eerste geluid klinkt als gerochel en  die gaat gepaard met prut en water. 
   Het is een fijn en stil schip; het stille is wellicht in oorlogstijd haar  overleving geweest.
   Voor de bemanning biedt het schip prettige woonruimte.
   Behalve de opvarenden zijn er nog  meer bijzonderheden op het schip te vinden. 
   Bijvoorbeeld: ·De zekeringkast voor ventilatie of verlichting zit in de  kledingkast van de eerste stuurman. 
   Juist boven de waterlijn zijn her en der  nog de oude hutten voor  “Gunmen”. 
   Er heeft namelijk geschut op het schip gestaan om het tegen vliegtuigen te  beschermen. Vandaar de schuttershutten. 
   De brug is aan de voorzijde beschermd met een soort betonnen bepantsering en  bovenop het dekhuis staat een 
   grote vliegtuigschijnwerper, waarbij de toren van  West-Kappelle, naar ik meen, een ukkie is. 
   Eens hebben wij in het donker naar  een drenkeling van een ander schip gezocht. Wat een lichtbundel. 
   Drenkeling is  helaas niet gevonden.  
   Twee gesleten diesels als voortstuwing, de pompen en het laad en losgerei  vragen om voortdurende aandacht.
    Met tederheid geschreven; “Zij is een echte  vrachttramp.”
  Het schip is een werkpaard; het beschikt over een zwaar hijstuig van Europees topniveau.
  Haar dek ligt elke reis vol met grote  voorwerpen. Daarmee heeft ze flink geld ingebracht. 
  Voor het werken met deze zware spier zit de dekploeg vol met vaklieden.
  Op dit schip is meester Herman Groot (Opa stoom.) de technische baas. 
  Van diesels heeft hij nooit gehouden; stoom, dat is zijn ding.
  Met zijn beminnelijke karakter managet hij zijn grote technische crew op  prettige wijze.
  Hij schenkt je zijn vertrouwen en je wilt dit beslist niet beschamen. Zo werkt  dat.
  In elke haven gaat hij overdag aan wal om inkopen te doen; vooral zijn  belangstelling voor postzegels is groot. 
  Eens heb ik op een middag in zijn  opdracht in een haven van een bootje de brandstofleiding gerepareerd. 
  De  booteigenaar vraagt wat de reparatie kost.
  “Geef de Chief maar wat postzegels,  dan is het goed”: heb ik gezegd. 
  Later heb ik begrepen, dat mensen, zoals onze  chef, 
  bijna geen pensioen hebben opgebouwd;om die reden wordt op andere wijze  vermogen opgebouwd; 
  bijvoorbeeld door bijzondere postzegels te sparen.
  Wanneer we in het weekend in een  haven liggen, 
  wil hij nog wel eens langs je hut komen om je voor een borrel uit  te nodigen. 
  Het lijkt een beetje op het verstrekken van het oorlam uit vroeger  tijden. Het zijn gezellige avonden met veel vertellingen. 
  Zelf praat hij wel wat, maar niet echt veel; hij luistert meer. 
  Meester Groot drinkt niet veel. Over de hele avond schenkt hij voor zichzelf 1  a 2 glaasjes in; wanneer hij meer drinkt, 
  dan wordt hij ongezellig; zegt hij.
  Op ook een dergelijk avond wordt meester Groot ineens heel stil, hij draait zijn gezicht weg van het gezelschap.  
  Is er iets vraagt iemand? Nee, zegt hij; ik geloof, dat ik maar naar bed ga. 
  Wij zien de tranen in zijn ogen; wensen hem welterusten en trekken ons terug.Later heeft hij ons, 
  naar aanleiding  van die avond, wat meer over zijn verleden verteld. 
  Tijdens de tweede wereldoorlog, midden in de winter, is hij na een torpedering  als enige volwassene in een sloep 
  vol kinderen terecht gekomen. 
  Het schip verdwijnt in de golven. In de open sloep slaat de barre winter toe. 
  Na uren van hoop zonder redding worden al enkele kinderen door de kou bevangen.
  Wanneer niet spoedig redding komt, zal een vreselijke ramp plaatsvinden.
  Herman geeft de kinderen opdracht om zich zo klein mogelijk te maken en heel  dicht bij elkaar te gaan zitten om elkaar te verwarmen.
  Hij zegt te gaan zingen en geeft de  kinderen opdracht om zo hard ze kunnen met hem mee te zingen. 
  Daar wordt je  weer warm van, zegt hij. 
  De boot heeft nog heel lang eenzaam op de koude zee gedreven; de kinderen  hebben voortdurend gezongen, tot ze bijna niet meer kunnen. 
  Kinderliedjes, kerstliedjes, alles wat er te zingen is, dat is gezongen.
  Herman heeft zijn stembanden blijvend kapot gezongen en geschreeuwd. 
  Uiteindelijk is de sloep gevonden; de kinderen hebben de barre tocht overleefd. 
  De artsen hebben Herman gezegd, dat hij met zingen de kinderen in leven heeft  gehouden.
  Daarom komt bij Hermannus Groot na  twee borrels het zoute water uit zijn ogen. im000020.jpg