Het motorschip Ares (Oh barco Ares tu eres mi vapor mejor.)

 

Een prachtig schip met een mythologische naam. Een zoon van Zeus en Hera.
In tegenstelling tot de zoon van Zeus heeft onze Ares een zeer goede roep;

veel opvarenden zijn al heel lang aan boord.

Zij vragen bij einde grote reis aan om niet te worden afgelost; meestal heb je dan een week verlof en ga je grote reis weer mee.

Wanneer ik aan boord kom, hebben de meeste opvarenden de vorige reis ook gemaakt.

Vanuit het personeel is veel vraag naar de Es-schepen. Het zijn fijne tamelijk nieuwe schepen en zij maken

mooie avontuurlijke reizen naar westkust van centraal- en zuid Amerika.

 De Spaanse matrozen houden van deze dienst en bezingen het schip in een lied.

De eerste regel van het lied staat bovenaan. Oh Ares, je bent mijn beste schip.

Bij de werktuigkundigen zitten mensen, die zelf muziek maken. Wanneer wij op de kustreis aan de techniek aan dek werken,

dan zingen de zij liedjes van Jaap Fisher en van Boudewijn de Groot. In de vrije uurtjes komt de gitaar erbij.

Men kent de teksten van de liedjes goed en ik voel mij een kinkel, want ik ken ze nauwelijks.

Wachtlopen in de machinekamer

 Ik loop de 8-12 wacht samen met de 4e wtk.

Dat is een man met blonde krulletjes en blauwe ogen; in mijn geheugen heeft hij een rossige baard.

De baard mag je niet aanraken, dan wordt hij boos. Het is een prettige man en ik steek veel van hem op.

Hij heeft een slimme procedure om gemopper of geklaag te stoppen.

Bij geklaag vertelt hij de parabel van de werkers van het elfde uur. Dat is een Bijbels verhaal.
Het klinkt als: de laatst gekomen man krijgt voor één uur werken hetzelfde loon uitbetaald, als zijn collega’s voor een hele dag.

De anderen maken bezwaar hiertegen. De baas zegt: heb ik jullie tekort gedaan?

Zo is Jack, onze 4e. En wanneer je hierna nog eens klaagt, vertelt hij het verhaal gewoon opnieuw.

Dus mij hoor je niet meer. Jack heeft een hekel aan gezeur.


Op dit schip heb ik herontdekt, dat muziek vreugde geeft. Aan boord van de Ares heeft muziek ons veel plezier gegeven.

Het gitaarspel van Jack en enkele andere collega’s maakt zelfs vissen vrolijk;

van vreugde vliegen zij aan dek (Ze worden gebakken en opgegeten). Gitaarspelen kan ik niet en ook niet zingen.

Mijn bijdrage is de teksten op bestaande liedjes maken.

Soms valt een tekst mij zo in en schrijf ik het gauw op een kladje. Ook is er een boekje met sketches.
Ella Fitgerald is erg populair in die tijd. Op de thuisreis geven wij een cabaretvoorstelling voor passagiers en bemanning.

De voorstelling is gevuld met sketches en liedjes en met het gastoptreden van Ella Fitgerald.

Men tuigt mij snel op met een pruik van hennep, een sjaaltje om het hoofd, dikke schapenwollen sokken voor de boobies,

en een jurk vol nietjes uit de poetslappenkist. Een prachtig wijf met een baard staat daar.
Vlak voor mijn optreden laat de hoofdmachinist nog even horen, hoe Ella echt zingt; de moed zinkt mij onderin de schoenen.

In de salon ben ik voor het publiek (± 40 personen) gaan staan en met muziek zing ik “I can’t give you anything but Love”.

Het applaus is geweldig; op de oceaan is men mild.
Loekie de olieman zegt na afloop van het optreden; assie; ik wist dat jij het was, maar anders had ik je gepakt.

Sommigen waarderen het vooral, omdat ik zing en het niet kan of andersom.

Tegenwoordig is het heel normaal, wanneer artiesten niet kunnen zingen en soms worden ze nog beroemd ook.

Later heeft elektricien Wouda enkele liedjes meegenomen naar ms“ Prins der Nederlanden”;

daar zijn ze ook gezongen. Erg leuk dit te horen.

Op de Ares wordt ook wel wat gesmokkeld.

Sigaren en speelkaarten worden door”professionals” verkocht; nog wel aan de douane.

 Ze worden niet rijk; het gaat naar de kroeg. Totdat het een keertje spaak loopt (7200 guldentjes boete).

De kapitein spreekt ons aan dek toe om de boete gezamenlijk te dragen.

Ik heb geweigerd het verlies te delen, ik smokkel niet en ook heb ik niet in de winst gedeeld.

De havens in de landen voorbij het Panama Kanaal zijn zo aantrekkelijk;

je zou eigenlijk niet moeten werken; er is zoveel cultuur te genieten.
Behalve Buenaventura, dat is de ergste gribus, die ik heb gekend en toch ga je naar de Hill.

Het stikt er van alles wat niet mag of schande is.

De sheriff van het stadje gaat ongeveer drie reizen mee, dan komt er weer een nieuwe levende sheriff.

Het kostbare Omega horloge van de elektricien wordt van de pols gegrist;

we hebben de dief nog nagelopen, maar de witte gympen verdwijnen in het duister. Dag klokje.

Tegen geslachtsziekten krijgen we een tube Profilacta uitgereikt.

Dit is handig spul, maar in de achterzak van de pantalon barst het tubetje als je erop zit en het geeft een blijvende vlek.

In Buenaventura proberen wij zoveel mogelijk het planmatig onderhoud uit te voeren, om zo iets meer vrije hand te krijgen in Calao,

dat is onze favoriete haven. Peru is in die tijd een heel prettig land. Men kan er beesten;

maar er is een ook veel te zien en taxi’s zijn spotgoedkoop en het eten is er ook heel goed.

Het zijn aardige mensen. De indianen zijn een fier volkje.

De badplaats Miraflores heeft een heel mooie met mozaïek ingelegde boulevard.

We hebben er ook per bus door het land gereisd. Naar de Inca ruines van Pacachamac. Dat is wel apart.

Met de taxi reizen bevalt beter; de chauffeur blijft de hele dag bij je.

Je biedt hem eten en drinken en wat je over de hele dag voor de rit betaalt, dat durf ik niet te zeggen; dat gelooft niemand.

Wanneer men ’s avonds moe en voldaan weer met de taxi over de weg langs de ravijnen richting schip gaat,

dan verdwijnen in het donker de stralen van de koplampen telkens in het niets; men kan dan beter zijn ogen dicht doen.
Dat hebben mijn maat Frits en ik dan ook gedaan en dat is ons goed bevallen.

Aan de Pacifistische kust moet nog wel eens voor anker gewacht worden totdat de ligplaats vrij komt.

Dan gaan we stappen per bootje (naar de wal). Dit is heen wel een leuke bijkomstigheid.

De terugreis naar het schip is nog wel eens een probleem. De bootjeskapitein komt niet, of is niet wakker te krijgen.

Als bij het krieken van de dag eindelijk lukt met een ander bootje naar het schip te komen, dan vaart ons schip juist langzaam weg.

Om ons te jennen geeft de kapitein de motor een tandje erbij en de gangway,

waarop wij aan boord willen, schiet voor ons weg; de ouwe heeft zeker zelf nooit gestapt, de smiecht.


In Calao weet ik nog de namen van twee kroegen met mooie vrouwen de Blue Moon is mijn favoriet en de American Bar.

Daar vermaken wij ons in de avond met dansen, cuba libres en cerveza’s Cristalles.

Om te eten is er een snackbar, de eigenares is een Joegoslavische, de zaak ziet er fris uit en de anticucho de pollo higado zal ik nooit vergeten.

Grote breinaalden met saté van kippenlevertjes in een tijd, dat het nog gezond is.

De hoofdstad Lima maakt veel indruk, ondanks dat er 10% rijkaards zijn en de rest arm is.

Peruaanse Souvenirs; veel heb ik niet kunnen kopen; mijn uitgaven en inkomsten zijn op de Chilireizen niet echt in balans.

Voor mijn verloofde heb ik een zilveren armband gekocht en daar is ze nu nog blij mee.

Verder allerlei lama dingetjes. Enkele rijkere collega’s hebben een jurk met split gekocht;

de split wordt tijdens de thuisreis op de Atlantische oceaan nog extra vergroot.

Helaas heb ik hun vriendinnen er niet in kunnen bewonderen.

Buenaventura, Quitto, Calao, Chimbote, Molendo, Antofagasta, Valparaiso, waaronder veel kleine havens,

daar komen wij elke reis en liggen er soms kort. Valparaiso is zuidelijkste haven, welke wij aandoen;

er is eentje nog iets zuidelijker, die ben ik vergeten.

Wanneer ik dit schrijf ruik ik de geur van vismeel uit de ruimventilatie, een geur die elke andere lucht overtreft.


De Pacific is zeer visrijk. Soms zitten de zeewaterfilters plotsklaps vol kleine visjes.

Er is daar zelfs nog walvisvangst; verder varen er vooral houten kotters, die vissen met netten of lijnen op grotere vis.

De zeestroming voor de kust heeft eens een motorloze kotter meegenomen op weg naar het midden van de oceaan.

De boot heeft pech. Van wollen dekens hebben de vissers een grootzeil gemaakt, maar ja, daar heb je wind voor nodig.

De Golfstroom maakt daar een heel grote cirkel; uiteindelijk kom je vanzelf weer terug, maar hoelang dit duurt, dat weet ik niet.

Gelukkig komen wij met de Ares eraan en hebben de boot naar veiliger oorden gesleept. Mijn sleeploon bedraagt Fl. 25, -.


Op de laatste reis heb ik verlof gevraagd; de kapitein vraagt, waarom ik niet meer mee ga.

Ik maak mijn trouwplannen van 25 september bekend.
Hij pakt zijn ring van zijn vinger; zijn trouwdag is ook 25 september.
Heel apart is de reactie op de verlofaanvragen uit Amsterdam.
E.Keus en de kapitein gaan met verlof, alle verlofaanvragen zijn goedgekeurd. Negen september ben ik afgemonsterd.

Mooie reizen op mooie landen met een mooi klimaat en aardige mensen en een fijn schip.

Adios barco Ares y los Marinos.

 

Eduard.