Geneeskunde.

Een verhaal van Dirk Rietel


Aan boord van zeeschepen was op alle mogelijke onheil gerekend.

Zo ook op ziekte in welke vorm en ernst dan ook. Op de scheepvaartschool werd zeer

summier wel eens gesproken over de papieren dokter, een uitrusting stuk dat op elk schip

aanwezig moest zijn. De papieren dokter is een boek met plaatjes waarvan het grootste

gedeelte bestond uit, om dat er twee soorten mensen zijn, twee series achter elkaar

geplaatste doorkijk plaatjes. Waarvan één, een in geboorte kostuum geklede man, terwijl

de ander een op dezelfde wijze geklede vrouw voorstelt. Naar maten er meer plaatjes worden

omgeslagen, hoe meer anatomie en inwendige organen worden tentoon gespreid.

Heel handig is dat alle onderdelen zijn genummerd. Op een bijgaande lijst kan men,

in overeen stemming met het nummer, zien wat het voor een orgaan het is.

De  Latijnse dus wetenschappelijke naam wordt erbij vermeld, hoe, waarom en waardoor

het werkt, waarvoor het dient en heel belangrijk welke mankementen het kan vertonen en

wat de gevolgen van het falen zijn. Met dit boek in de hand zijn alle ongemakken en ziekten

op te sporen en vooral te genezen. De voorraad medicijnen en de gebruiksaanwijzing, die in

de apotheek is opgeslagen, zijn in overeen- stemming met het boek.

Dit alles is onder het beheer van de eerste stuurman. De meeste klachten aan boord van schepen

zijn van inwendige aard, niet erg verwonderlijk. Als ik tegenwoordig op radio en T V de

voorschriften en aanbevelingen, met het onderwerp hygiëne hoor en zie moet ik wel eens glimlachen.

Volgens de huidige voorschriften zouden alle zeelui, door het niet naleven van deze regels,

allang dood en begraven moeten zijn. Op Vrijdag bijvoorbeeld werd een slaatje geserveerd

waarin het hele menu van de afgelopen week terug te vinden was. Al het voedsel dat gedurende

de hele week was overgebleven, werd in de ijskast geplaatst en aan het eind van de week tot het

beruchte slaatje verwerkt. De bietjes van Maandag, de boontjes van Dinsdag, zelfs de rode kool

van de Zaterdag er voor, was terug te vinden. Een paar vers gekookte aardappels veel peper en

maggi er door goed hutselen en een scheutje azijn en ziehier een maaltijd was klaar.

Als er zich ongemakken voordeden, wat na zo’n maaltijd niet denkbeeldig was, werd de papieren

dokter geraadpleegd, de uitkomst stond bij voorbaat vast. Wat veel erger was, het medicijn om het

ongemak te verhelpen ook.

Castorolie, wetenschappelijk ricinusolie, en in de wandeling, door niet in het bezit van de papieren

dokter zijnde leken, wonderolie genoemd, was de vaste remedie om de kwaal te bestrijden.

U moet eens weten voor hoeveel kwalen en ongemakken deze olie aangewend kan worden,

tenminste volgens de papieren dokter. Er was dan ook altijd een onbegrensde hoeveelheid van

dat spul aan boord en werd onder het motto, baat het niet schade doet het zeker niet, voor de

meest uiteen lopende kwalen voorgeschreven. Het sterkste, mij ter ore gekomen, was dat het zelfs

werd voorgeschreven voor een gebroken been. Maar ondanks de ongelofelijke en fantastische

voorsrchijvingen mij bekent, denk ik toch dat dit naar het rijk der fabelen moet worden verwezen.

Of  het kwam van de altijd aanwezige zoute lucht, de angst voor de gevolgen van het innemen van wonderolie,

of de goede gezondheid van de bemanningsleden, het ziekteverzuim was nihil.

Het kan als zeker worden aangenomen dat in geen bedrijfstak zo weinig ziekte verzuim voorkomt als bij zeelui.

Zelf heb ik maar één ernstig geval meegemaakt. Een matroos kreeg dikke benen, volgens de papieren dokter,

kon dat komen van te lang aan het roer staan. Na de gebruikelijke wonderolie, werd het hem vergund,

om bij hoge uitzondering, zijn roertorn zittend te doen. Toen hij ook nog, ondanks de goede zorgen en de

wonderolie geel werd, vond de kapitein het toch raadzaam om de dokter aan de wal, te raadplegen.

De dichts bijzijnde radiodokter was in Italië. Met het wonder van de elektronica werd contact gezocht en

onmiddellijk gevonden. De dokter was van oordeel dat de kwaal aan boord niet te genezen was en waarschijnlijk

met zijn lever of nieren te maken had, met wonderolie was het zeker niet op te lossen. We hebben hem naar de

dichtstbijzijnde haven gebracht, Mogador in Marokko. Hij was niet te benijden, van alle ziekenhuizen die ik gezien heb,

dat zijn er gelukkig niet veel, was dit verreweg het slechtste. De verpleegsters waren wel lief voor hem,

daar wil ik niets van zeggen. Het laatste wat we van hem zagen, was dat hij door twee verpleegsters werd gewassen.

Met het water uit een, wat ze hier gebruiken als spuugbakje en een propje watten. Wat er van hem geworden

is weet ik niet, volgens mij was hij zwaar ziek. Maar ik kan me vergissen, uiteindelijk ben ik niet in het bezit van een papieren dokter.

 

                                               Dick