L o s l i p p i g h e i d   e n  a n d e r   O n g e m a k

 

Na de pregnante kwestie van hofmeester Moshe als ‘Patiënt met Volmacht’  en zijn onfortuinlijke Annabella

aan boord van Zim-Lines motorschip ‘Deganya’ in een vorig verhaal, wordt het nu tijd u enkele chirurgijnse

kneepjes van het vak van tweede stuurman onder de aandacht te brengen.

Het jaar is 1965 en de klok staat op acht uur in de morgen plaatselijke zomertijd aan boord van hetzelfde schip,

zuid west van Hawaï op weg van Panama naar Japan. Voor mijn hut staat de Chinese baas timmerman,

met een glimlach om zijn gezicht en een zakdoek op zijn hand. Er volgt een buigend “Goede morgen, stuurman!” En dan

“Of ik goed geslapen heb?” En tenslotte “Is het geen mooi weer buiten?” Na mijn reacties “Van hetzelfde”,

gevolgd door tweemaal “Ja” vraag ik met opkomend Europees ongeduld wat er loos is.

Dan gaat de zakdoek omhoog en toont de baas mij een niet meer complete rechterhand. Een kootje van ’s mans middelvinger ontbreekt.

“Dat ben ik kwijtgeraakt,” verduidelijkt het slachtoffer geheel onnodig, “want anders had ik het wel hierheen meegenomen.”

Ik moet even heel vreemd gekeken hebben bij deze laatste toevoeging! Maar merkend dat het stompje nu licht begint te bloeden,

vraag ik de timmerman te willen bidden. Ongeloof en enige ongerustheid in diens ogen.

Tenslotte weet je maar nooit met dat rare volkje uit Europa. Toch gehoorzaamt hij bijna automatisch en brengt hij op

Oosterse wijze beide handen plat tegen elkaar en dan naar het voorhoofd. Als ik hem de Christelijke methode met

in elkaar gevouwen vingers voordoe begrijpt hij meteen dat hij op die manier toch wel verder komt. Een vlotte bekering, dus!

Dan dalen we beiden, ieder schietgebedjes biddend tot eigen(?) God(en), de trap af naar de ziekenboeg.

Waar ik met allerlei schoonmaakmiddelen de zaak fatsoeneer, een niet erg geslaagd vingerverband aanleg en maar

weer de obligate penicilline injectie geef.

Na afloop van het medische broddelwerk vraag ik nieuwsgierig: “How come?” En volgt zijn relaas.

“Het ding ligt nu in een onderruim. Ik was aan dek aan het ruim-temperaturen.

Met de linkerhand het contragewicht van de peilkoker afsluiting opgelicht.

Met de rechterhand het touw en de thermometer uitvierend. Een plotselinge beweging van het schip,

het gewicht schoot los uit mijn linkerhand, net toen de rechter middelvinger even de opening van de koker was binnengedrongen. Begrijpt u?”

Ik begrijp, zie het voor me en maak een reflexbeweging  met mijn eigen rechterhand.

De baas wordt nog beloond met een snoepje uit de grote fles (codeïne) en verschijnt daarna regelmatig op het ‘spreekuur’.

Gelukkig blijkt mijn ‘makeshift’ medicinaal optreden geen etterige nasleep te hebben en geneest het stompje voorspoedig.

Na lossing in Japan, Taiwan en Hongkong dalen baas en ik de verticale ladders naar het onderruim af.

Voor de ex-patiënt is dat nog een beetje behelpen, dat kunt u zich voorstellen.

Toch speurt hij fanatiek met de linkerhand roerend door de troep in de vulling en na enig zoeken vindt hij het vingerkootje,

spierwit en gaaf afgeknaagd door de lokale rattenpopulatie. Eerbiedig steekt de baas het kleinood bij zich,

waarna tijdens borreltijd de voltallige Chinese crew het relikwie flesje in ’s mans hut komt bewonderen,

maar toch ook ruime belangstelling toont voor de goud gele inhoud van een andere fles van het merk Santori. 

Op  de  vierde  uitreis in de Pacific Ster Lijn,  mijn  laatste  aan  boord  van  de  Deganya, 

wordt  Master Papareggopoulos in Baltimore afgelost door een Maltese kapitein.

Een man van hoge ouderdom, met méér vaarmijlen op de teller dan goed voor hem is.

Klein, tenger en met een rood hoofd. ‘Every inch a gentleman.’ Maar ook ‘klapwiekend’ van de alcohol (?), walmend uit alle poriën !

Het gebruik van het Engels in deze verslagen moet de lezer maar als een beroepsdeformatie opvatten,

want de laatste 24 jaar van mijn arbeidzame leven stond ik voor de klas het mooie vak Engels te doceren aan

12- tot 16 jarigen en deze verhalen, in aangepaste vorm, voor een jeugdig en aandachtig gehoor als het ware

proef te draaien voor publicatie in dit tijdschrift.

Ook stuurman Kuipers wordt afgelost, door de Brit Eric Edmonson.  Voor de Zuid Ierse sparks komt er een uit Ulster,

een agressief mannetje, zo heel anders dan zijn ‘easy going’ Republikeinse voorganger. 

Dit nieuwe multiraciale mengsel komt al gauw tot ontlading en het wordt nu tijd een tweede chirurgisch college te geven.

De scene: mid Pacific.

Op instructies van de kapitein heb ik ditmaal een heel erg zuidelijke route naar Japan uitgezet zodat door het mooie

weer het hele schip van boven tot onder nieuw in de verf  kan worden gezet. Lekker rustige oversteek.

Maar dan, om tien uur op een avond, uit mijn eerste slaap gepord door de flegmatieke Chinese kwartiermeester,

nu met een “Chief Officel velly ill.” Tref de ‘zieke’ verticaal in de hut van de kapitein aan, waar hij met enige moeite aan

het ‘benevelde’(?) gezag duidelijk probeert te maken dat hij van de Ulster marconist een dreun heeft gekregen die zijn bovenlip

vanaf de rechter neusvleugel naar beneden volledig in tweeën heeft gespleten. “En zo’n losse lip lispelt lastig,” observeer ik allitererend.

Van de kapitein krijg ik nu de opdracht de Chief te repareren; hij gebruikt écht het woord ‘repair’.

Met ons drieën afgedaald naar het hospitaaltje gaat de eerste stuurman op bed liggen en geeft mij murmelend instructies.

Ik weer op één knie, naast het bed; de Ouwe staat hijgend over mijn schouder mee te kijken, de lucht met alcoholdampen desinfecterend,

zullen we maar zeggen. Een glazen buisje openzagen, kromme naald met draad uit de vloeistof  trekken,

met linkerduim en wijsvinger en een gaasje de ene liphelft vastpakken, met de rechterduim en wijsvinger de naald door het vlees drukken.

Nee dus, dat lukt niet. De naald glijdt door mijn zwetende vingers heen. Wáár en wanneer heb ik dat al eerder meegemaakt?

“Mijn eerste injectie op de kok van de ‘Mentor’, als leerling stuurman,  vijf jaar geleden,”  herinner ik mij.                                           

“Gebruik een tang, second mate,” mompelt de eerste stuurman,  “maar voorzichtig dat je niet naar het tandvlees doorschiet.”

Akkoord. Het lukt me de naald langs het juiste traject van de ene liphelft over te steken naar de andere, en tenslotte bengelen

er twee eindjes draad met een kromme naald uit diens  bovenlip. Ben zó ingespannen met mijn naaiwerkzaamheden  bezig dat

ik niet merk dat de kapitein steeds harder in mijn nek staat te hijgen en hyperventileren.

Dan een doffe dreun achter me, de leiding is onderuitgegaan.

“Please, attend to the captain first, will you? There’s a good chap!” lispelt de eerste stuurman, de draadjes en naald

ritmisch meetrillend met deze woordenstroom. Enfin, het gezag, ook letterlijk een lichtgewicht,  horizontaal van dek geraapt

en in de reservekooi neergelegd, beentjes omhoog, helemaal op eigen initiatief.

Samen met de Chief  en een spiegeltje een chirurgische knoop aangelegd en nog een penicilline injectie gegeven als toetje

om infectie bij voorbaat te voorkomen.

                                                           

Intussen is het gezag weer overeind gekrabbeld en slaakt de verzuchting “We need a drink, Second!”

“Correctie, kapitein, ík heb een borrel nodig. Én de eerste stuurman! ”

“Ah, well, whatever, tag along you two!” en gaat ‘Mister Dutch Courage himself’ ons vóór naar de master’s dayroom

en de verlossende fles.

Om middernacht komen twee matrozen de captain’s quarters binnen.

Die gaan het gezag zijn bed in tillen, de man is ‘as drunk as a fiddler, as tight as a drum’, míjn diagnose uit de losse pols,

vagelijk mijn best doend om de krachtterm ‘fully p…..’uit het vocabulaire van de Zuid Ierse marconist maar te vermijden.

Het blijkt echter dat zij mij  ieder bij een elleboog van achter mijn rum cola vandaan tillen en de trap op naar de brug escorteren.

Protesteren dat ze de verkeerde te pakken hebben, helpt niet. Ze zijn plotseling Oost-Indisch doof.

In de stuurhut planten ze me op de hoge houten stoel van de gezagvoerder voor de ruit en verwennen mij met

koffie, sigaretten en andere ongezonde zaken. Ik laat het een kwartier maar zo gebeuren, geniet ‘on top of the world

van het riante uitzicht op oceaan, volle maan en sterren in het zwerk boven me.

Daarna hijs ik me tot ontsteltenis van beiden uit mijn stoel omhoog en loop plichtsgetrouw mijn honde(n)wacht, ‘no big sweat, man!’

Een lege Stille Oceaan rondom en de stuurautomaat veilig in de rug.

In de voormiddag komen beide matrozen van mijn wacht even langs om hun ‘escorte diensten’ van afgelopen nacht nog even uit te leggen. 

Natuurlijk hadden ze de verkeerde afgevoerd, maar wél op instructies van de kapitein zélf!

Een ‘uitleg’ die niet echt bevorderlijk is voor het verdrijven van een algeheel gevoel van katterigheid en vage hoofdpijn aan mijn kant!

Het gezag, overigens, blijkt die nacht na het vertrek van de tweede en eerste stuurman, in z’n eentje stug volhoudend, in slaap gevallen,

klem geraakt te zijn tussen salontafel en stoel. Hij moet de rest van de nacht temidden van een batterij (lege) flessen hebben doorgebracht

en werd ’s ochtends door de steward in een nogal potsierlijke houding aangetroffen.

Ter zijde: de lezer wordt er, ten overvloede misschien, aan herinnerd dat uw verslaggever omwille van de smeuïgheid van het verhaal

soms rijkelijk gebruik maakt van de juslepel. Beschouwt u het maar als louter afgunst zijnerzijds dat veel

zoutwater collega’s onder borreltijd ogenschijnlijk ongestraft ‘tot het merk’ kunnen afladen zonder dat dit de uitoefening

van hun plicht in gevaar brengt. Het mag duidelijk zijn dat de schrijver die kwaliteiten node ontbeert.

De Ulster marconist, tussen twee haakjes, krijgt in Japan een enkele reis Belfast uitgereikt en vertrekt met een aanbeveling

van ons junior officieren voor het Ulster Defence Force op zak. Tranen vallen er niet, wel nog wat boze woorden.

We gaan er zelf nu ook even tussen uit. Tot een volgende keer met het verslag van de ‘Wassende Maan’  in de  Gouden  Ster  Lijn.

 

         M. van Meerwijk                                                          

 

                                                       ----------