Toiletdeur.  Een verhaal van Dick  Rietel


 

Op de Euterpe, door boze lieden Eutrepeut genoemd, sliep de bemanning voorin onder de bak.

Matrozen aan stuurboord en de stokers aan bakboord, of dit een traditie was weet ik niet maar op de meeste schepen was dat zo.

Aan dek voor het foxhole, ik kan het ook niet helpen maar zo werd de gemeenschappelijke slaap- en verblijfruimte genoemd,

bevond zich een noodzakelijk soort kast.

Het was een kale wit geschilderde koude ruimte en in het midden was een toilet geplaatst.

De afsluiting van dit noodzakelijke verblijf vond plaats door een zware, stalen of ijzeren deur, ik heb nooit het onderscheid kunnen maken.

Het openen en sluiten gebeurde aan de binnenkant met een koperen knop en aan de buitenkant met een koperen ring.

Wij zagen het niet maar nu brengt is zoiets, als verzamelobject, een goede prijs op. Vanzelfsprekend hing deze deur in zware,

voor het gewicht van de deur berekende scharnieren. Van een scharnier kan en mag je, zeker op een schip, niet het eeuwige leven verwachten.

Dat ze echter na vijf en veertig jaar trouwe dienst de geest moesten geven, net op het moment dat ik op het schip zat, vergeef ik ze nooit.

Misschien is het wel gedeeltelijk onze schuld geweest dat ze de pijp aan Maarten gaven. Iemand had na noodzakelijk

verblijf de deur niet goed gesloten. Aan de wal is zoiets niet erg maar op zee is dat een hals misdaad. Na enige rake klappen

door het slingerend schip, gebeurde het onvermijdelijke. De scharnieren, nog nooit vervangen, braken na vijf en veertig jaar

trouwe dienst en de deur klapte aan dek.

De volgende dag had een poët een gedicht in de W C opgeplakt, met de tekst, “door hagel, wind en  regenvlagen is de deur van

het schijthuis weggeslagen, wie in’t vervolg poepen moet, die komt gekleed in oliegoed, met een Zuidwester op zijn kop, tegen de regen en de drop”.

Dit gedicht bewijst dat Joost van de Vondel niet te veel eer moet worden gedaan, er lopen nog meer grote dichters rond.

Deze eerste stalen schepen werden gebouwd zoals daarvoor de houten schepen.

Alles moest heel dik zijn, ze bouwde op zeker, om het water buiten te houden. De spanten en de huidplaten waren zo dik,

dat als dezelfde hoeveelheid staal nu zouden gebruiken een schip van drie tot vier maal de grote kan worden gebouwd.

Ze waren niet erg economisch ze sleepte meer eigen gewicht mee dan lading

Er worden nu geen schepen meer gebouwd die na vijf en veertig jaar nog dienst kunnen doen.

De Euterpe heeft langer als vijf en veertig jaar dienst gedaan en zal na de sloop nog erg veel goed staal hebben geleverd.  

 

                                               Dick