Van Ostade. Een verhaal van Dirk Rietel


 

De van Ostade, was ook weer zo’n pracht exemplaar van een schip.

Gebouwd in het begin van de oorlog als een voorloper van de beroemde Liberty en Victoryschepen.

Met zijn armen en benen machine, (tripel expansie) kon hij de ongelooflijke snelheid van wel zeven mijl lopen,

ter vergelijking een beetje schip voer toen elf tot twaalf mijl.

Wij moesten dan alles mee hebben, de zon, maan, sterren en de wind, vooral de wind die moest

van achteren inkomen en niet te hard anders kwam er weer te hoge zee, nee vooral geen hoge zee,

dan kwam de schroef boven water en vielen we terug naar een snelheid waarvoor een zeilschip in windstilte

zich zou schamen. Onder de meest gunstige omstandigheden en met een stel eerste klas stokers op de plaat,

kon het gebeuren dat de zeven mijl gehaald werd. De voormast was over stuurboord en de achtermast over

bakboord van het midden geplaatst. Dat was gedaan om duikboten te mislijden, als die de masten in één lijn

hadden en dachten dat het schip recht op de duikboot afkwam, liep hij in werkelijkheid voor of achter de duikboot

langs. Niet dat het veel uitmaakte want zelfs een manke duikboot kon ten allen tijde de van Ostade inhalen,

voorbij lopen, een rondje maken, een uurtje wachten en daarna doen wat zij wilden. Tot dan toe had geen enkel

schip, op, onder, of boven water, het waard gevonden enig kwaad te doen aan dit hijgende stuk nostalgie.

De van Ostade was natuurlijk geen lijnschip, dan zou er nooit meer lading door verschepers zijn aangeboden.

Een oversteek naar de West duurde bij een normaal schip tien tot twaalf dagen.

De van Ostade deed dat in een record tijd van twintig dagen plus. Het is niet moeilijk te begrijpen dat het een

bijzonder schip was, dat was het in velerlei opzicht. Als enige verzachting kan gezegd worden dat zo kort na de

oorlog overal gebrek aan was, zo ook aan schepen. Ruim drie en vier was één grote tobbe,

zonder waterdicht schot of tussendek de scheiding werd alleen gemaakt door een mast dek en de schroefastunnel.

In die tijd was er in Venezuela eindelijk wat rust gekomen de revoluties waren uitgewoed en het werd veilig

gevonden om een olieraffinaderij te bouwen in Porte Cordon. Dichter bij de oliebronnen en veel

economischer dan Curacao. Voor de bouw was veel cement, vlechtijzer en buizen nodig, dat was een

uitgelezen vracht voor de van Ostade. Het tempo van de bouw was toch poko poko, op de Spaanse manier

en er was geen schip ter wereld dat zo goed bij dat tempo paste. In Amsterdam werden zakken cement geladen.

Onderdeks werden muren van papieren zakken cement opgetrokken, er ontstonden zo drie dikke muren van zakken

cement van minstens vijftien meter hoog. Tussen deze muren werd vlechtijzer, buizen in alle dikte en ander lang spul

geladen net passend en soms net niet passend. Er is geen fantasie voor nodig om na te gaan wat er gebeurde.

In Amsterdam viel het bij belading nog mee, er werden walkranen gebruikt, maar in Venezuela waar met eigen materiaal

gelost werd was de catastrofe compleet. Na lossing moest het ruim opgeklaard worden, voor kleine personen

was dat levensgevaarlijk, ze konden verdrinken in de cement. Zelf ben ik nogal lang maar bij mij stond de cement schouder hoog.

Deze verspilling was niet normaal en kennelijk voorzien, we hadden een grote hoeveelheid lege cement zakken meegenomen.

De achter gebleven cement moest in de zakken worden geschept en alsnog aan de wal worden gebracht. Nadat, na vele dagen,

het karwij was geklaard, konden we ons wassen wat we wilden maar zeker veertien dagen lang sloegen we telkens weer wit uit,

de lakens op onze kooien voelde aan als een plank en misschien niet smakelijk maar uit onze neuzen kwamen bunkers waar onze

bezetters van gedroomd hebben, maar nooit hebben kunnen bouwen. Zelfs de duikboot bunker in IJmuiden was hoe groot ook,

daarbij een onbeduidende kleuter

 

Dick.