Een verhaal van Gerrit Hofmeijer

  Verhalen van de zee

                                                       

              Voodoo op een Hollandse vrachtvaarder

                                      

In het Cararibisch gebied, en speciaal op het eiland Hispanjola, en daarvan weer het gedeelte
waar Haiti ligt, heerst volgens experts nog altijd de wetten van de voodoo.
Dat voodoo moet u met u Hollandse nuchterheid niet onderschatten,die onderschatting
kan u namelijk op een gruwelijke manier aan u eind helpen.
Het was op het ms Solon die voor de tweede keer een slinger voer, dat was dus grofweg gezegd
Noord Amerika- Caribbean en vv.
We waren van Kingstone Jamaica op weg naar Haiti, en er was in de bemanningsverblijven al enige
discussies geweest over voodoo.
Je kan wel zeggen dat er erg gevarieerd werd gedacht over het onderwerp "Voodoo"
voor de Hollandse matrozen olielui tremmers was het allemaal gelul en flauwekul,
voor de Spaanse leden van de bemanning was het toch wel een twijfelgeval (je weet maar nooit)
en voor de Surinaamse of Antiliaanse bemanningleden was het zeer duidelijk,
die stomme macambas weten echt niet waar ze over praten,want er is natuurlijk meer tussen hemel en aarde.                                                                                       
Nu moet u weten dat het in die tijd (en misschien nu ook wel) normaal was dat er overleden
personen vervoerd werden op vrachtvaarders, deze overleden mensen werden dan per kist,
ik dacht in lood verpakt, naar hun bestemming vervoerd, en dat was op de Solon dus ook gebeurd.
In Kingston was dus een lijk aan boord gekomen dat vervoerd moest worden naar Europa.
Vandaar dus ook de discussies in de messroom van de dekdienst en de machinedienst.
Het was namelijk de bedoeling als het lijk op de plaats van bestemming was aangekomen dat
het ook vlotjes uit het ruim kon komen om zijn weg te vervolgen naar de bestemming die wij
allemaal gaan, en dat dus niet het halve ruim afgezocht moest worden naar een lijk dat per ongeluk
onder een paar balen sisal lag.
Daar lag dus ook een taak voor de matrozen, zij moesten het lijk steeds verplaatsen in de
havens die nog aangedaan werden tot het op de plaats van bestemming was en het van boord werd gehaald.
Nou moet u weten dat er in die tijd in veel havens in het Caraibisch gebied gewerkt werd van
zonsopgang tot zonsondergang , als er dus veel lading was dan lag je ook wel een paar dagen in een haven.
Dat was dus ook het geval in Porte Prince de hoofdstad van Haiti, we moesten daar ± 3 dagen laden wat dus
inhield dat de kist met het lijk zolang aan dek bij de gangway werd gezet.
Zoals u ongetwijfeld weet staat er s,avonds/s,nachts in een buitenlandse haven een matroos op wacht
bij de gangway, en die wacht moest in Porte Prince gelopen worden door matroos Gonzales,
een matroos van Antillianse afkomst.
Matroos Gonzales vond dat maar niks zo,n lijk bij de gangway waar hij de wacht moest lopen,
en had een slim plan uitgedacht, die loden kist met voodoo aan bakboord en hij aan stuurboord
Nu had het lot en de 2e machinst bepaald dat olieman Hofmeijer de hondewacht zou lopen deze reis,
dus van 0.00 tot 04.00 en 12.00 tot 16.00 uur.
Olieman Hofmeijer, die het vrij rustig had s,nachts in de machinekamer, en ook wel in was voor een
geintje, die olieman Hofmeijer had ook heel gauw in de gaten dat matroos Gonzales  steeds als
hij aan stuurboord langs liep stiekum even gluurde naar bakboord, of die loden voodookist niet bewoog.                      
De olieman kroop op zijn buik langs het ruim naar de gangway achter de loden kist en wachte daar de
voetstappen af van matroos Gonzales, en op het moment dat hij vermoede dat de matroos effe naar
bakboord gluurde ,sprong hij overeind, zwaaiend met armen en benen in de lucht en brulde ,ik ga je pakke,
ik ga je pakke.
Het effecht was verbijsterend, matroos Gonzales begon te roggelen werd helemaal wit
werd weer bruin ging zitten en toen weer staan, stoote enige onverstaanbare klanken uit, veegde wat wit
schuim van zijn lippen pakte zijn matrozenmes en brulde, IK GA JE PAKKE, IK GA JE PAKKE. 
Op dat moment werd het ietsje minder grappig voor olieman Hofmeijer, die begon te begrijpen
dat matroos Gonzales in de studie ging voor koksmaat en de studie begon met uitbenen.
Gelukkig konden die dekhengsten nooit de weg in de machinekamer vinden en dat was nu ook weer
het geval, de olieman in de biels en de matroos die hem niet kon vinden maar toch wel graag zijn studie
wou afmaken.
De olieman heeft nog 2 dagen van de schroefastunnel gebruik moeten maken om niet te veel bij Gonzales
in de buurt te komen, maar ook dit "grapje" werd gelukkig bijgelegd.

En de moraal van dit verhaaltje is, mix geen Hollandse nuchterheid met Caraibische voodoo want dan kan
het gruwelijk eindigen.